Stadslink door Diksmuide. (2)

We deden de “Stadslink”, een stadswandeling door Diksmuide en waren bij het fraaie postkantoor aangekomen. Achter het postkantoor ligt het Handzamevaartje.

We moesten enkele trappen afdalen en onder het brugje door kwamen we op een verlaagd voetpad terecht dat langsheen het kanaaltje liep. Een heerlijk rustig wandelbaantje. Dit was het stukje van de wandelroute die we vorig jaar ook al eens deden.

Even verderop konden we terug naar boven om een kijkje te gaan nemen op de Vismarkt. Recht tegenover de vismarkt bevindt zich het begijnhof van Diksmuide. Aangezien we vorig jaar het begijnhof reeds uitgebreid hadden bezocht, lieten we het deze keer voor wat het was. We daalden terug de trappen af en volgden verder het pad langs het Handzamevaartje. Dat bracht ons naar de andere kant van de stad.

Het pad eindigde waar het Handzamevaartje plots een hoek van 90 graden maakt en verder noordwaarts naar de Ijzer toe stroomt. Toen we daar terug boven op de dijk kwamen zagen we aan de overkant de bloemmolens staan. Hier lagen ook de kano’s aangemeerd, waarmee men op zonnige dagen op het Handzamevaartje kan varen. Maar daar was het op deze Pinksterdag waarschijnlijk net ietsje te fris voor.

Nadat de Diksmuidse bloemmolens verhuisden naar modernere installaties op het industrieterrein, werd in deze industriële torens, onder de naam Westoria, een permanente tentoonstelling opgezet die ondermeer de ontstaansgeschiedenis van de Westhoek weergaf.  Westoria zou evenwel geen lang leven beschoren zijn.  Het Westoria-project, dat met een vrij ingewikkelde financiële constructie (deels met privégeld en deels met overheidssteun) op touw was gezet, liep algauw op de klippen. Er onstond daaromtrent nogal wat gekrakeel en het geheel eindigde in een rechtszaak.

Wij volgden verder het Handzamevaartje en lieten het stadscentrum achter ons.

We kwamen zowaar in de West-Vlaamse polders terecht, waar we konden genieten van prachtige vergezichten.

Zo ging het naar de plaats waar het Handzamevaartje in de Ijzer uitmondt. Maar dat is dan weer iets voor morgen.

Stadslink door Diksmuide.

“Stadslink” is de naam van een stadswandeling doorheen Diksmuide. Een klein stukje van die wandeling deden wij vorig jaar reeds. Maar toen moesten wij het bij een klein stukje houden omdat mijn vrouw haar knie niet mee wilde. We hadden ons toen voorgenomen om de wandeling eens helemaal te doen, van zodra ze over een betere knie zou beschikken.
Intussen kan vrouwtjelief terug stappen als nooit tevoren en dus besloten we op Pinksterdag om terug te keren naar Diksmuide en aldaar ons voornemen te volbrengen. De weersvoorspellingen voor die dag waren niet bijzonder goed, maar in het westen van het land bleef het lentezonnetje de hele dag min of meer van de partij.
De wandeling gaat van start op de grote Markt van Diksmuide, die opvallend mooi getooid was met prachtige tulpen en voorjaarsbloemen.

Op de grote markt van Diksmuide staat een opvallend goudkleurig beeldje : Het ‘Manneke uit de Mane’ staat symbool voor West-Vlaamse humor. Jaarlijks neemt de ‘Orde van het Manneke uit de Mane’ verdienstelijke West-Vlamingen als nieuwe ridders in haar orde op en verschijnt de ‘Almanak’, een leuk boekje met grappen, pittige verhalen en weersvoorspellingen, gekruid in het West-Vlaams dialect.

Het stadhuis van Diksmuide staat momenteel in de steigers. Daar hoef ik deze keer geen foto’s van te tonen, maar verwijs ik graag met een linkje naar mijn verslagje van vorig jaar. Erg handig, die linkjes.
Wij vatten echter onze wandeltocht aan die bracht ons eerst naar de stationswijk en vandaar bereikten wij het kleine, maar fraaie stadspark van Diksmuide.

Ook hier waren de tulpen alom aanwezig.

In het stadspark troffen dit bijen- en vlinderhotelletje aan. In mijn eigen tuin heb ik ook een bijen- en vlinderhotelletje, maar dat is lang niet zo mooi als dit exemplaar.

Voorbij het stadspark leidde de wandelroute ons langs het postkantoor. Niet zomaar een postkantoor. In deze voormalige patriciërswoning verbleef hier van 1568 tot 1648 de Spaanse gouverneur. Aangezien Diksmuide tijdens de eerste wereldoorlog zowat volledig werd plat gegooid, bleef ook van deze woning nog maar weinig over. Het werd echter in 1918  vrij getrouw heropgebouwd.

En zo kwamen we vanzelf aan het Handzamevaartje. Vanaf daar wandelen we morgen verder.

Middelburg. (2)

Langs het Kanaal door Walcheren, zoals het gezellig watertje dat door Middelburg stroomt heet, wandelden wij van de Sint-Jorisdoelen naar de Kloveniersdoelen, waarvan wij het torentje reeds van ver boven de bomen uit zagen prijken.

Zo kwamen we bij de Kloveniersdoelen. Dit is een gebouw in Vlaamse renaissance-stijl dat werd gebouwd in 1607 en waar vroeger de oefenruimte was in onder gebracht voor de kloveniers. Kloveniers waren schutters die met de bus schoten. Nee, niet met de autobus maar met een haakbus, een vuurwapen uit de 17de eeuw waarbij het buskruit met een lont moest worden ontstoken.

Voorbij de Kloveniersdoelen kuierden we nog een beetje langs het mooie water.

We liepen tot aan de Langeville, een bekende winkelstraat in Middelburg. Vele winkels waren hier gewoon open op deze Hemelvaartsdag. Wegens de grote drukte in de winkelstsraat had ik m’n fototoestel weg gestopt en haalde die pas terug boven aan de andere kant van het water, toen we het stadscentrum terug binnen wandelden.

Daar troffen we nog wel meer winkeltjes aan, zoals dit pandje waar je kitsch kado’s kon kopen.

Maar wij gingen nog een koffietje drinken in een gezellig cafeetje waarvan, voor zover ik weet, de naam niet meer klopt.

Daarna keerden we terug naar de plek waar we de auto hadden achter gelaten, in de buurt van de Seismolen. De Seismolen is één van de vier windmolens die Middelburg rijk is. Hij werd gebouwd in 1728 en is soms te bezoeken. Maar helaas niet op deze Hemelvaartdag. Dat zal dus voor een ander keertje zijn, want we hebben ons voorgenomen om niet meer zo lang te wachten vooraleer nog eens terug te keren naar Middelburg.

Middelburg.

Op Hemelvaartdag (ja, ik loop een beetje achter op mijn blog) gingen wij naar Middelburg, een stadje in Zeeland waar wij vroeger vaker kwamen omdat het dichtbij is en omdat het er erg gezellig is. Maar deze keer was het toch al een hele tijd geleden dat wij er nog waren.
Middelburg doet heel erg Belgisch aan, behalve dat er hier dubbel zoveel fietsen aanwezig zijn als in om het even welke Belgische stad. Op het grootste marktplein van Zeeland had net een feestmarkt plaats met tientallen leuke kraampjes. Die belemmerden enigszins het zicht op het schitterende gotische stadhuis van Middelburg. Werkelijk een pareltje is dat.

Het was net rond de middag toen wij er aankwamen en dus gingen we eerst een lekker hapje eten op het terras van café Brooklyn op de markt. Daarna maakten we een wandeling door de stad. Wegens te druk lieten we de marktkraampjes achter ons en zochten wat rustiger straatjes op en liepen zo tot aan de Lange Jan. De lange Jan is zo lang dat je de top ervan alleen van op afstand op de foto krijgt.

De Lange Jan is een 90 meter hoge kerktoren die eigenlijk tot het abdijcomplex van Middelburg behoort. Via 207 treden kan je de toren beklimmen, maar dat waren er voor ons net zeven te veel. Daarom wandelden wij verder tot aan de abdij van Middelburg.

De abdij van Middelburg is een prachtig historisch complex, gelegen temidden van de stad en bestaande uit een reeks min of meer doorlopende gebouwen met vier spitse torens en diverse toeganspoorten, rondom een groot plein. Tijdens het beleg van Middelburg in 1574 werd het kloosterleven binnen deze gebouwen nogal hardhandig beëindigd. Thans is het provinciaal bestuur van Zeeland er gevestigd, samen met het rijksarchief en het Zeeuws museum, dat kostbare wandtapijten herbergt.

Voor de abdij van Middelburg ligt een stadspleintje dat De Balans heet. Op dat pleintje staat iets wat je alleen maar in Nederland kan zien : een fontein met oranje water. Dat oranje water produceert wit schuim in de fontein, waardoor je een vreemd effect krijgt. Bijzonder is het wel.
Achter de fontein staat de Sint-Jorisdoelen, het huis van de schuttersgilde Sint-Joris. Het huis dateert oorspronkelijk uit 1582 maar kwam geheel te vervallen en werd uiteindelijk afgebroken. In 1970 bouwde men een exacte kopie.

Ons volgend doel in Middelburg was de Klovensiersdoelen. Maar da’s iets voor morgen.

Het dorp van Annelies.

Nog niet zo lang geleden brachten wij een bezoekje aan het dorp van Annelies.

Annelies uit Sas van Gent in Zeeland
Haar moeder zei : mijn dochter wordt een ster
En iedereen in Sas van Gent in Zeeland zei :
Ja dat Anneliesje brengt het ver
Zij nam dansles elke morgen
‘s Middags weer naar zangles toe
En ‘s avonds speelde zij nog amateurtoneel

Zo zong Louis Neefs destijds in z’n bekende liedje. Het liedje gaat nog verder en het loopt uiteindelijk niet zo goed af met Annelies. Ik had Annelies wel eens willen ontmoeten. Niet dat we speciaal voor Annelies naar het Sas van Gent gereden waren. We waren op doortocht naar een andere plaats in Zeeland. We hielden even halt in het Sas van Gent om een koffietje te drinken en even onze benen te strekken. We wandelen rondom het kleine jachthaventje.
Wat ze zoal hebben in het Sas van Gent ?
Een kanon. Meer zelfs, ze hebben twee kanonnen. Maar die wilden niet samen op één foto.

Een mooi voetgangersbruggetje.

Veel water en veel bootjes.

Gezellige huisjes.

Dat is het zowat. Veel meer valt er in het dorpscentrum van het Sas van Gent niet te zien. Het dorp is dan ook maar een zakdoek groot. Maar voor ons was het ruim voldoende om er een gezellig uurtje door te brengen.
Annelies hebben we helaas nergens kunnen bespeuren.

Tussen eeuwenoude muren. (3)

We hadden die zondagnamiddag jammer genoeg niet genoeg tijd voor een rondleiding met een gids doorheen de Sint-Baafsabdij. Wel konden we vrij bezoek brengen aan de refter van de abdij. Een indrukwekkende zaal met een prachtig plafond. Tegen de zijmuren staan ornamenten en grafstenen uit de abdij opgesteld. De vloer is afgedekt met een houten platform, waarschijnlijk om de broze tegels te beschermen.

Vreemd was dat er aan het plafond een lang touw hing met een flosh eraan. Dat leek op een touw om de klokken mee te luiden. Maar bij mijn weten waren hierboven geen klokken aanwezig. Maar dat touw schijnt blijkbaar te kaderen in de tentoonstelling die hier momenteel loopt, onder de titel Histories of thought, waarin een twintigtal moderne kunstenaars tijd en vergangkelijkheid proberen te overstijgen.

Er stonden hier trouwens nog meer kunstwerken opgesteld, zoals bijvoorbeeld deze handen. Geen échte handen, maar handen gemaakt uit was of één of andere kunststof. We zagen ook nog afgehakte knielende benen op een stoel, waarvan mijn foto helaas niet gelukt is.
Het was dus kunst en bijgevolg helemaal niet zo gruwelijk als het op het eerste zicht leek.

Terug buiten wandelden we verder tussen de eeuwenoude muren, waar her en der nog meer kunstwerken te zien waren. De meeste ervan vond ik persoonlijk nogal vloeken met omgeving en ik heb er dan ook geen foto’s van.
Maar naast dit unieke gebouwenpatrimonium schijnt deze site ook bijzonder interessant te zijn op ecologisch vlak. De laatste 20 jaar werden hier zo maar eventjes 150 verschillende plantensoorten geïnventariseerd. Een dergelijke spontane vegetatie in een stedelijke omgeving is heel bijzonder.

Reeds enkele jaren na de stichting van de abdij, nam een edelman zijn intrek in dit klooster. Hij nam de naam Bavo aan. Twee eeuwen later werd de abdij naar hem genoemd en werd vanaf dan als heilige vereerd. Tussen de 11de en de 13de eeuw was deze abdij zeer welvarend. Het was ook in die tijd dat de meeste gebouwen werden opgericht waarvan de ruïnes nu nog steeds overeind staan.

Opmerkelijk is deze mooie waterput met sierdakje. De put van Sint-Macharius. Macharius was een pelgrim die omstreeks de elfde eeuw zijn intrek nam in de abdij. Hij was echter een pechvogel en één van de eerste slachtoffers van de pest. Later ontstond er een verering rond zijn persoon en ook hij werd heilig verklaard. Hij gaf z’n naam aan de parochie en de wijk rondom Portus Ganda.
Deze waterput herinnerd aan z’n verblijf in de abdij en werd vroeger door goedgelovige mensen beschouwd als een wonderdoende put tegen pest en koorts.

Tot aan de 16de eeuw was de abdij één der machtigste van Europa. Maar toen kwam Keizer Karel en was het uit met de pret. Toen waren de middeleeuwen al lang niet meer zo vrolijk.
Over de Sint-Baafsabdij valt natuurlijk veel meer te vertellen dan ik hier kan doen.. Als jullie meer over de abdij willen weten dan kan ik deze mooie website aanbevelen : buren van de abdij.
De abdij zou vanaf nu tot in september bijna iedere zondag te bezoeken zijn. Maar vooraf nog even informeren lijkt me toch wel raadzaam.