De situatie was hopeloos maar niet ernstig.

De noodtoestand ten huize Fluwijn is opgeheven. We voelen ons nog een beetje pips, maar ik denk dat we het ergste nu wel hebben gehad.
We kregen hier met z’n drieën een aanval van een griepvirus te verwerken. We zagen vorige vrijdag de bui reeds hangen. Het begon allemaal met een prikkende keel en een lopende neus (erg vervelend wanneer je je neus voortdurend achterna moet hollen). Maar dat was maar een voorbode van wat komen moest. Zaterdag pakte het virus pas uit met het grof geschut : barstende hoofdpijn, koorts, slappe spieren, nies- en hoestbuien, braakneigingen, diaree, kortom alle ellende op een hoopje. Zowat alle ongemakken die een mens kan overkomen hebben zich hier de laatste dagen gemanifesteerd. We waren hier met z’n drieën compleet gevloerd door het virus.
Op de koop toe werd er, door de plaatselijke jeugdbeweging alhier, in de nacht van zaterdag op zondag een fuif georganiseerd. Die ging door in een tent die was opgesteld op zo’n vijftig meter van onze achtertuin vandaan. We werden de hele zaterdagnacht vergast op luide bonke bonke muziek. Wanneer je doodziek in bed ligt en daarbij ook nog eens een hele nacht het gedreun van dat soort muziek moet doorstaan, dan is de hel redelijk nabij.
Het is niet dat ik de jeugd hun plezier niet gun, maar het is mij een raadsel waarom de jonge mensen persé willen fuiven in een tent, net achter mijn tuin, terwijl er in de stad alle infrastructuur voor handen is om fuiven in te organiseren.
Soit, we hebben alle beproevingen overleefd en uiteindelijk zijn alle microben de deur uit. Een blijvend letsel zullen we er waarschijnlijk niet aan over houden. Maar de vier russen mogen, wat mij betreft, gauw terug keren vanwaar ze gekomen zijn.

Noodtoestand.

Duizenden beestjes kriebelen in m’n neus. Stapels zakdoeken heb ik reeds vol snot gesnoten. Alles doet zeer, mijn ogen tranen, mijn keel brandt, mijn stembanden laten het afweten en ik sta te rillen als een pasgeboren kuiken.
Ik niet alleen. Vrouwtjelief hangt als een uitgewrongen dweil in de zetel. Eén hoopje ellende. Zoonlief krijgt net zijn zevenenveertigste onbedaarbare niesbui en weet met zijn microben geen blijf meer.
Ten huize Fluwijn is de noodtoestand uitgeroepen. Alarmfase 1 is afgekondigd. De avondklok is ingesteld. Een evacuatieplan is opgesteld.
Hier zijn vier russen binnen gedrongen.

De Oude Leie. (deel 5)

Zo bereikte ik uiteindelijk het keerpunt in mijn wandeling langs de Oude Leie.
Letterlijk dan, want ik was op het punt gekomen waar deze  Leiemeander was afgesneden van de rest van de Leie.

Hier kan men letterlijk in een boog omheen de Leie wandelen naar de andere kant.

Indien men dat wenst, dan kan men ook op dit punt de wandeling aanvatten en in omgekeerde richting het traject afleggen.

Hier vlakbij loopt een rijweg. Wanneer men die oversteekt krijgt men daar een mooi uitzicht op de “nieuwe” Leie.

Maar de “nieuwe” Leie liet ik verder voor wat ze was en ik zocht opnieuw het wandelpad op omheen de Oude Leie. Ik moest wel even uitkijken om niet uit te glijden, want het pad lag er op deze plaats “ijzig” bij.

Maar ik bereikte zonder kleerscheuren de andere oever van Oude Leie en kon ik langs de overkant mijn terugtocht aanvatten.

 

De Oude Leie. (deel 4)

Ik had het pad omheen de Oude Leie in Grammene terug gevonden en vervolgde mijn weg langs de rivier. De vierendeelbrug liet ik algauw een eind achter me.

Om me heen was er niets dan stilte en de schoonheid van de natuur.

Hoewel ik geboren en getogen ben aan de Leie, kwam ik nu op een plek waar ik nog nooit eerder was geweest.
Op een punt, bij een vermolmde boomstam werd het pad een stuk smaller en moeilijker begaanbaar.

Maar hier had men het pad voorzien van een verhoogde promenade in hout. Het wandelplatform was ruim een kilometer lang. De bevroren houten planken kraakten  en kreunden onder mijn voeten. Erg handig was dit platform waarschijnlijk in de zomer, maar nu was het een hele kunst om overeind te blijven op de glibberige planken.

Maar de evenwichtsoefening volstond nog niet als beproeving. Plots werd ik opgeschrikt door een harig beest met een lange kale staart, dat plotseling van onder de loopplanken tevoorschijn sprong en ritselend tussen mijn voeten het struikgewas langs de waterkant indook.
Enkele seconden later volgde nog zo’n tweede harig beest. Ik had hen blijkbaar in hun bezigheden gestoord. Ik kreeg niet de tijd om de beestjes op foto vast te leggen, vandaar dat ik dan maar een plaatje van het internet ben gaan halen, ter illustratie.

Alle commotie werd echter ruimschoots goed gemaakt door de Oude Leie zelf. Want op deze plek toonde de rivier zich van zijn mooiste kant.

(wordt vervolgd)

De Oude Leie. (deel 3)

Ik volgde een pad langs de oevers van de Oude Leie. Maar net voor het kerkje van Grammene was het pad onderbroken, waardoor ik genoodzaakt was om een ommetje te maken via het dorp.

Grammene is een stil Leiedorp.

Aan de overweg, vlak naast de sporen, staat een huisje. Voor mij een bijzonder huisje omdat, lang geleden (toen ik nog niet eens door de ooievaar was afgeleverd), mijn grootouders langs moeders kant in dat huisje woonden.

Een beetje verderop langs de spoorlijn botst men op een indrukwekkende spoorwegbrug. Het was hier, links naar beneden, dat ik het pad naar de Leieoevers terug vond.

De spoorwegbrug in Grammene is niet zomaar een brug, maar een Vierendeelbrug.
Ze werd gebouwd door de Belgische ingenieur Arthur Vierendeel, in het begin van de vorige eeuw, volgens een bijzondere vakmethode. Arthur Vierendeel verwierf destijds wereldfaam met zijn revolutionaire techniek om bruggen te bouwen.
Deze in Grammene zowat de enige Vierendeelbrug die nog steeds in gebruik is.

Onder de brug had ik een blij weerzien met de Oude Leie.

(wordt vervolgd)

De Oude Leie. (deel 2)

Ik was vorige zaterdag op wandel langs een afgesneden meander van de Leie tussen Machelen-aan-de-Leie en Grammene.
De wit bevroren Leie lag er feeëriek bij.

Aan de overkant bemerkte ik nog meer wandelaars die de vrieskou trotseerden om van dit mooie stukje natuur te genieten.

Het pad dat ik volgde werd plots een bredere weg, bedekt met sneeuw en ijs. Fietsers hadden moeite om zich op dit gladde wegdek rijdende te houden.

Zo kwam ik bij een aanlegsteiger voor plezierbootjes, die er nu verlaten bij lag.

Van hier kon je het kerkje van Grammene zien. De weg stopte echter bruusk bij de omheining rondom een weiland. De strook tussen het weiland en de Leie was zo smal en onbegaanbaar dat er niets anders opzat dan de Oude Leie even links te laten liggen en naar het dorp toe te wandelen.

(wordt vervolgd)