Superman.

De averij aan m’n rug en nekwervels is nog lang niet helemaal hersteld, maar de ergste pijnen zijn min of meer geleden. Beter dan het nu is, zal het niet meer worden. Met dat feit zal ik moeten leren leven.
Volgende week ga ik terug werken en van de dagen die er in deze week nog resten wil ik gebruik maken om nog een moeilijke klus te klaren. De (zeer) hoge haag achteraan in de tuin moet worden gesnoeid en ingekort. Daar ga ik vandaag eens aan beginnen. Ik heb me daarvoor speciaal een extra hoge ladder aangeschaft. En tevens een kettingzaag om de dikke takken door te zagen. Want de haag is al behoorlijk oud en z’n takken zijn op vele plaatsen behoorlijk dik. Het belooft een zware karwei te worden.
Ik kan het me nauwelijks voorstellen, maar misschien zijn er lezers onder jullie die zo hun bedenkingen hebben bij de combinatie Fluwijn, hoge ladder en kettingzaag. Deze mensen kan ik echter gerust stellen. Ik heb namelijk mijn voorzorgen genomen. Ik heb mij een bijzondere outfit aangeschaft (zie afbeelding hiernaast). Als ik die aantrek om de haag te snoeien, kan er mij vast niets gebeuren. Zo zien jullie maar, ik denk werkelijk aan alles. Jullie hoeven zich dus niet ongerust te maken.
Mijn overige postjes voor deze week heb ik onder het planknopje gezet, want ik zal het deze week nog bijzonder druk hebben, daar achteraan in de tuin. Maar als alles goed gaat ben ik er volgende week in levende lijve terug. En met een beetje geluk zal alles ook goed gaan. Hoop ik…

Sport is emotie.

We hebben momenteel geen sport te kort. Integendeel, het sportaanbod op de televisie is dit jaar overweldigend. Nog nooit heb ik zoveel sport gekeken als deze zomer. Doordat ik met ziekenverlof ben heb ik ook heel wat tijd om naar sport te kijken. Zonder enige scrupules volg ik dan ook, lekker languit in de sofa, alle bewegingen van de sportievelingen op de buis.
Sport is emotie. Ook bij mij. Zodoende heb ik al enkele erg emotionele weken achter de rug.
In zak en as heb ik gezeten, solidair met geheel Nederland, toen het Oranje elftal was afgegaan als een gieter op het EK voetbal. Tandengeknars was later mijn deel toen ik Balotelli en de zijnen in het zand zag bijten. Nauwelijks was ik van de emoties bekomen of de ronde van Frankrijk ging van start. En alhoewel de eerste vlakke ritten ronduit slaapverwekkend waren, werd het wielercircus pittig gekruid door hectische valpartijen. Ik zag renners bloeden, kermen, vloeken en afzien. Vreugde, verdriet en ontgoocheling… de emoties gierden me door de keel.
Intussen rondom het heilig gras in Wimbledon, doken na de finale de Britten collectief met de neus in de zakdoek toen Andy Murray snikkend zijn publiek bedankte, nadat hij er niet in geslaagd was om Roger Federer te verslaan. Hij had z’n uiterste best gedaan om, voor het eerst na 76 jaar, de troffee eindelijk nog eens een keertje in Britse handen te krijgen. Maar hij moest buigen voor het meesterschap van de Zwitser. Je zou voor minder een potje huilen. En ik… ik snotterde mee.
Die andere Brit, Bradley Wiggins deed het dan weer beter in de Tour. Samen met zijn z’n landgenoot Mark Cavendish triomfeerde hij op de Champs-Élysées in Parijs. Ook al had hij daarvoor zijn knechtje Christopher Froome een beetje moeten  intomen en had onze eigen Jürgen Van den Broeck ook wel een medaille verdiend. Emoties alom dus.
En dan moet de hoogmis van de sport nog beginnen : de olympische spelen in Londen. Hoogspringen, hamerslingeren, boogschieten, marathon, zwemmen of gymnastiek… het maakt mij niet uit. Ik wil het allemaal meebeleven. Ik kijk tot diep in de nacht als het moet. Zullen onze jongens en meisjes erin slagen om het hoogste schavotje te halen ? Of zullen zij roemloos ten onder gaan ? Zullen we juichen en brullen van vreugde ? Of wordt het huilen met de pet op ? Ik zet alvast enkele dozen Kleenex klaar.

De Vismarkt en de Grote Markt.

Van het begijnhof in Diksmuide wandelden we terug naar de Vismarkt.

Wat nu een stemmig pleintje is, was ooit een heuse vismarkt. Diksmuide, gelegen aan de Ijzer en de Handzamevaart had destijds een druk havenkwartier. De vismijn dateert uit 1920. Het bronzen beeld in de vismijn, “De visvrouw Jette”, herinnert aan deze bloeiende periode. Het beeld is gemaakt naar de beeltenis van Juliette Dekeyser, een vrouw die ooit vis verkocht in de vismijn. Zij leefde van 1982 tot 1973.

Voorbij de Vismarkt kwamen we vanzelf op de Grote Markt van Diksmuide. Het meest opvallende gebouw hier is het stadhuis met belfort. De eerste steen voor het stadhuis, dat oorspronkelijk als lakenhalle dienst deed, werd gelegd in 1428. Tijdens wereldoorlog I werd het gebouw volledig vernield. In 1923 werd het stadhuis heropgebouwd.
Achter het stadhuis ziet men de toren van de Sint-Niklaaskerk. Deze kerk kent een bewogen geschiedenis. Nadat ze in de middeleeuwen reeds driemaal was afgebrand werd ook deze kerk tijdens de eerste wereldoorlog plat gegooid.  Na WO I werd ze opnieuw opgebouwd volgens een een 14de eeuws vroeggotisch model. Later, tijdens de tweede wereldoorlog, werd de kerk alweer beschadigd. De herstellingen werden uiteindelijk voltooid in 1950.


Net zoals Ieper heeft ook Diksmuide erg te lijden gehad onder het oorlogsgeweld. Tijdens de eerste wereldoorlog werd zo goed als de hele stad plat gelegd. De stad is echter uit zijn as herrezen en is bijgevolg nog relatief nieuw. Een monument op de Grote markt herinnert aan al die oorlogsellende.

Hier eindigde onze wandeling in de mooie stad Diksmuide. We zochten nog een plekje op één van de gezellige terrasjes rondom de Markt, want we waren aan een verfrissing toe.

Het begijnhof van Diksmuide.

We waren in Diksmuide voor een rustige zomerwandeling. Recht tegenover de Vismarkt bevindt zich de ingang van het begijnhof. Daar gingen we een kijkje nemen. We zagen in de muren langs het Begijnhofstraatje enkele mooie handgeschilderde geglazuurde tegels in Delftse kleuren, met daarop de tekst : steun aan België. Dat vonden wij merkwaardig. Na wat opzoekingswerk, later thuis, had ik op de website van de toeristische dienst van Diksmuide algauw de verklaring voor deze vreemde tegeltjes gevonden. Gedurende WO I zamelde Nederland geld in voor de wederopbouw van verwoeste gewesten in België. Met dit geld bouwde de vzw ‘Steun aan België’ huizen voor oorlogsweduwen, werden bouwleningen gegeven en hielpen de Nederlanders met de heropbouw van de stukgeschoten Westhoek. De Delftse tegeltjes herinneren daaraan. Waarvoor nu nog dank aan de sympathieke Hollanders. Zij zijn nog lang de kwaadste niet.

Het pittoreske begijnhof van Diksmuide bestaat sinds de 13e eeuw. Bij de aanleg van de versterkingen rond Diksmuide kwam het binnen de omwalling te liggen. De nabije Handzamevaart stelde de begijntjes in staat de kost te verdienen met het wassen, bleken en bewerken van wol, laken en linnen. Ook zieken verzorgen en kantklossen behoorden tot hun activiteiten.

Onder het Franse bewind werd een deel ingericht tot gendarmekazerne. In 1914 ging ook het Begijnhof ten onder aan het oorlogsgeweld. Na de grote oorlog werd de site heropgebouwd in de oorspronkelijke stijl. Maar de begijntjes kwamen niet meer terug. Het begijnhof kreeg een sociale rol, eerst als rusthuis en sinds 1990 wonen er volwassen personen met een verstandelijke handicap. (Bron : Wikipedia)

Het begijnhof van Diksmuide is dus nog steeds bewoond, ook al zijn sommige huisjes aan enige restauratie toe. In het begijnhof is ook een winkeltje en een kleine tentoonstellingsruimte. Maar die waren helaas niet open toen wij er waren. Het begijnhof zelf kan men steeds bezoeken. Zoals alle begijnhoven is ook dit kleine begijnhof een oase van stilte en stemmige rust.

Langs het Handzamevaartje.

De Handzamevaart is een riviertje dat ontspringt in het hartje van West-Vlaanderen en nog verder naar het westen stroomt langs dorpen met prachtige namen als Handzame, Kortemark, Zarren, Esen en Vladslo, om tenslotte in Diksmuide uit te monden in de Ijzer.
In Diksmuide vormt de Handzamevaart de noordelijke grens van de middeleeuwse stedelijke kern. De verbinding met de stad gebeurde via vier bruggen over de Handzamevaart, waarvan er nu nog slechts twee overblijven.
Nu de zomer eindelijk in het land is hadden wij zin in een stadswandeling. Wij togen westwaarts, richting Diksmuide en pikten in op de stadswandeling aan het Handzamevaartje. Gezien de toestand van vrouwtjelief haar knie moesten we het rustig aan doen.

Wij wandelen op ons dooie gemakje langs het water.  Andere mensen waren met dit mooie zomerweer dan weer liever óp het water.

De kano’ s zijn zeer geschikt om ermee onder de lage brugjes door te varen.

Wij volgden een lager gelegen pad langs het Handzamevaartje. De huizen op de dijk aan de overkant staan beduidend hoger.

En zo bereikten we het brugje ter hoogte van de Vismarkt, langswaar we de binnenstad konden bereiken. Recht tegenover de Vismarkt ligt het begijnhof van Diksmuide. Daar gingen we eerst een kijkje nemen.
Maar da’s alweer iets voor morgen.

Langs de Ieperse vestingen.

De Ieperse vestingen en de parken er omheen vormen een prachtig wandelparcours omheen de stad. Zij die graag meer willen weten over deze vestingen kunnen hier klikken.
Ik had vrouw en schoonmoeder aan de Menenpoort achter gelaten (omdat zij niet zo goed meer te been zijn) en was op m’n ééntje het park achter de Menenpoort ingewandeld.

Even verderop kwam ik bij de ingang van een soort ondergrondse tunnel. Ik waagde het erop om de steile trap naar beneden af te dalen.

Ik stapte door de  vochtige tunnel op mijn hoede voor ratten of ander ongedierte die eventueel konden opduiken. Maar dat bleek gelukkig niet het geval. Ik kwam uiteindelijk onder de vestingen uit bij de rand van het water.

Verder kon ik niet, dus keerde ik op mijn stappen terug en éénmaal terug boven wandelde ik verder het mooie park in.

Ik was heel graag het parcours blijven volgen tot aan het Brits militair kerkhof en de Rijselpoort. Maar dat was nog een heel eind en ik kon mijn vrouwen ook niet te lang alleen laten. Dus maakte ik maar rechtsomkeer, nadat ik me had voorgenomen om weldra nog eens terug te keren om het vervolg van de route af te wandelen.
Ondertusssen waren de meest dreigende regenwolken weggetrokken en toen ik terug bij de Menenpoort aankwam scheen zowaar het zonnetje.

Onder de Menenpoort had zich ondertussen heel wat volk bijeen geschaard. Ondermeer een delegatie van de Britse schoolgaande jeugd was daar aanwezig. Ook wij voegden ons bij de menigte.

Stipt om acht uur werd het muisstil onder de Menenpoort en werd de Last Post geblazen, zoals dat hier iedere avond gebeurt sinds 14 juli 1929.

Na dit moment van ingetogenheid trokken we terug naar de Grote Markt. Alle wolken waren nu verdwenen en de hemel was helderblauw. Wij hadden intussen reuzehonger gekregen en we gingen op zoek naar een lekker restaurantje waar we gezellig aan tafel deze fijne namiddag in Ieper konden besluiten.

Onder en op de Menenpoort.

We bevonden ons vorige zondag onder de Menenpoort in Ieper. Hoewel het niet de eerste keer was dat we daar stonden, waren we opnieuw onder de indruk. Duizenden namen staan hier in de muren gebeiteld. Duizenden  mensenlevens verwoest door een waanzinnige oorlog.

Op de trappen die naar boven leiden lagen poppies en kransen ietwat verkommerd in de regenplassen.

Zo kwamen we op het dakterras aan de achterkant van de Menenpoort.

Ook hier, achter de zuilengallerij, ontelbare namen…

Van hieruit kan je net over de daken heen kijken van de Ieperse binnenstad.

We lieten de Menenpoort even achter ons…

… en wandelden tot aan de Ieperse vestingen. Deze vestingsmuren en de daarop aansluitende parken vormen een mooi wandelparcours omheen de stad.
Maar da’s weer iets voor morgen.

Ieper.

Vorige zondag hielden wij halt op de prachtige Grote markt van Ieper. We stevenden meteen af op de majestueuze Lakenhallen.

We maakten een ommetje omheen de Lakenhallen en via een poort kregen we een zicht op de binnenkoer.

Zo kwamen we terug aan de voorzijde bij de plaats waar we moesten wezen : de ingang van het In Flanders Fields Museum.

We brachten een bezoek aan het volledig vernieuwde museum. De moeite waard voor iedereen die geboeid is door de geschiedenis en de gruwel van de eerste wereldoorlog.

Na ons bezoek aan het museum flaneerden we nog een beetje op de grote markt, alwaar het decor voor het tv-programma Villa Vanthilt reeds in volle opbouw is. Vanaf volgende week zendt Marcel Vanthilt iedere avond zijn programma rechtstreeks vanuit Ieper de Vlaamse huiskamers in.

We kuierden nog wat rond in de omgeving van de fonteinen en hoorden vele mensen op het plein Engels praten. Ieper wordt druk bezocht door Britse toeristen.

De stad heeft zich dan ook sterk georiënteerd op onze overzeese buren. Zo kan je in een frituur achter de Lakenhallen heuse Fish and Chips bestellen. Dat de Ieperlingen hun best doen om hun Engelse toeristen te verwennen konden we ook merken in de Meensestraat. Daar bevindt zich bijvoorbeeld dit winkeltje…

Alsook dit handeltje waar uitsluitend boeken en allerhande prullaria te verkrijgen zijn die verband houden met de eerste wereldoorlog. Bijna honderd jaar na datum doet deze oorlog de commerce nog steeds draaien.

Via de Meensestraat stapten we recht naar de Menenpoort toe. Vanaf daar gaan we morgen verder.