Oud-Stuivekenskerke. (2)

We bevonden ons ter hoogte van het Onze-Lieve-Vrouwehoekje in het gehucht Oud-Stuivekenskerke, nabij Diksmuide. Naast het mooie kapelletje staat een merkwaardig torentje met de Belgische vlag erop. Iets wat het midden houdt tussen een kerktoren en een oorlogsbunker. Het zijn de resten te zijn van de oorspronkelijke Sint-Pieterskerk van Stuivekenskerke. Rond 1770 vormde dit gehucht de eigenlijke dorpskern van Stuivekenskerke.
In 1866 wilde men de kerk restaureren. Maar dat bleek te omslachtig. Daarom besliste de toenmalige burgemeester om een nieuwe kerk te bouwen, een tweetal kilometer verderop, in de nabijheid van zijn eigen landgoed Vicogne. Zo ontstond er twee kilometer ten noorden van deze plaats een nieuwe dorpskern. De oude dorpskern verviel tot een klein gehucht, met nog slechts enkele woningen en een hoeve. Het kreeg de naam Oud-Stuivekenskerke.

Het dorp kreeg het zwaar te verduren in de eerste wereldoorlog. De Duitsers probeerden de Ijzer over te steken en de Belgische stellingen op de linkerover in te nemen. Ze slaagden erin om door te dringen tot de nieuwe dorpskern van Stuivekenskerke en er verscheidene hoeves te bezetten. In de nacht van 30 op 31 oktober1914 werd de Ijzervlakte vanuit Nieuwpoort onder water gezet. Zo kwam er een einde aan de Duitse opmars. Stuivekenskerke werd herschapen tot een eiland. In een straal van drie kilometer stond rond het dorp alles onder water. De vier jaren die daarop volgden bleef Stuivekenskerke verdeeld in een noordelijk deel met Duitse posten en een zuidelijk deel met Belgische voorposten. Rondom de ruïnes van de kerktoren van Oud-Stuivekenskerke werd een wachtpost uitgebouwd. Er waren hier loopgraven met verbindingsgangen. In de torenruïne maakte de Belgische Genie een betonnen schuilplaats met daarbovenop een bunker als mitrailleurspost. In de strijd aan de Ijzer nam  dit gebouwtje een sleutelpositie in.
Na de oorlog was Stuivekenskerke nagenoeg volledig vernield. Vanaf 1921 werd het dorp heropgebouwd.

Wij liepen omheen het torentje en achteraan, tussen de haag en het torentje, was een ingang. In het torentje (waar het te donker was om foto’s te nemen) ontdekten we een smalle wenteltrap. We konden langs daar naar boven.

Bovenop het torentje had we een mooi uitzicht op het kapelletje.

Aan de andere kant keken we uit over de West-Vlaamse polders en konden we in de verte de IJzertoren ontwaren (ongeveer in het midden van de foto).

We daalden terug af en lieten het torentje achter ons. We gingen nog eens een kijkje nemen in de dorpskern van Oud-Stuivekenskerke. Tegenwoordig is dat een belangrijk knooppunt voor heel wat fiets- en wandelroutes. Of veel wandelaars en fietsers dit plekje al hebben gevonden, weet ik niet. Toen wij er waren viel er amper een levende ziel te bespeuren.

In de malse weiden omheen het dorp ontmoeten we dan toch nog enkele brave zielen.

En zo kwam er een eind aan onze tweede wandeling van die Pinksterdag. Toen we terug bij de auto kwamen hadden we er alles bijeen zo’n tien kilometer opzitten. Niet zo slecht voor ongetrainde wandelaars. We hadden genoten van de West-Vlaamse wegen en van het lekker lentezonnetje, dat de dag daarna helaas voor lange tijd zou verdwijnen.

Oud-Stuivekenskerke.

Stuivekenskerke. Een poëtische naam voor een poëtisch dorp, gelegen op enkele kilometers van Diksmuide. Te midden van velden en akkers lag het dorp te blaken in de zon, toen wij er aankwamen.

Dit plattelandsdorpje staat op de lijst van de 50 mooiste dorpen van Vlaanderen. Wij hadden onze wagen geparkeerd recht tegenover de kerk. Toen ik een foto wilde maken van de dorpskern had één of andere idioot zijn vrachtwagen in de weg gezet.

Wij lieten het piepkleine dorp verder voor wat het was en wandelden langs één van de vele kanaaltjes die deze streek doorkruisen.

Een beetje verder kwamen we aan een splitsing in de weg, nabij een schijnbaar verlaten huis. We volgden op goed geluk een pijltje waarop “Onze-Lieve-Vrouwehoekje” stond.

We bevonden ons nu in the middle of nowhere. Dit wegje stond niet eens op google-maps aangeduid.

Maar in Vlaanderen is de bewoonde wereld nooit veraf. We bleven het kanaaltje volgen tot we bij een huis aan een brugje kwamen.

Voorbij het brugje, achter de bocht, zagen we plots dit.

Enkele huizen, een kapelletje en een soort torentje met een Belgische vlag erop. Dit bleek het gehucht Oud-Stuivekenskerke te zijn. Aan het kapelletje dat hier staat is een merkwaardige geschiedenis verbonden.
Tijdens de eerste wereldoorlog had luitenant Edouard Lekeux aangeboden om vanaf de kerktoren (of wat er op dat ogenblik nog van overbleef) van Oud-Stuivekenskerke de vijandelijke activiteiten te observeren. Hij zou meer dan 16 maanden verblijven in een hoeve nabij de kerk. Tijdens een nachtelijke vijandelijke beschieting ontsnapte hij ternauwernood aan de dood. Een artilleriegranaat was terecht gekomen tegen de gevel van huis waar hij sliep, maar was blijven steken onder de voet van een Onze-Lieve-Vrouwbeeldje. Edouard bewaarde het Mariabeeldje zorgvuldig en later, in 1919, ging hij in het klooster en werd pater. Maar toen had hij reeds het plan opgevat om op de plaats waar het beeldje zijn leven had gered een kapelletje te bouwen. Om dat te kunnen verwezenlijken richtte hij zich daarvoor tot verschillende invloedrijke personen. Op zondag 6 september 1925 was het zover. Het kapelletje werd door de bisschop ingewijd. Binnen in het kapelletje had het Mariabeeldje een ereplaats gekregen. Sindsdien kreeg deze site de naam Onze-Lieve-Vrouwehoekje.

Binnen is het kapelletje werkelijk een pareltje, met 16 prachtige glasramen.

Aan de buitenkant, rondom het kapelletje, staan 41 gedenkzuiltjes die verwijzern naar alle eenheden van het Belgisch leger die hier tijdens de Grote oorlog streden.

En dan was er nog dat merkwaardig torentje, met de Belgische vlag er bovenop, dat naast het kapelletje staat. Daar vertel ik morgen meer over.

Aan de Leie. (2)

Gisteren nam ik enkele foto’s aan de Leie, meer bepaald achter het kerkje van Sint-Baafs-Vijve. Ik had via het brugje de Leie overgestoken en wandelde een eindje door de weilanden aan de overkant.

Ik stond daar zo maar wat te turen, toen plots een koe boos naar mij kwam toegestapt. Ik had mevrouw blijkbaar gestoord in haar ochtendbezigheden.

Aangezien ik toch niet van plan was om een lange wandeling te maken, besloot ik maar om deze dame en haar metgezellen met rust te laten en terug te keren naar de overkant.

Ik trachtte nog enkele foto’s van het schilderachtige kerkje te maken, maar door de laagstaande zon en mijn fototoestel dat maar niet wilde doen wat ik eigenlijk wou, lukte dat niet zo goed.

De fototest was half geslaagd. Ongeveer de helft van de foto’s die ik nam heb ik achteraf in de prullenmand gegooid. Maar van de andere helft vond ik dat ze wel een plaatsje op m’n blog verdienden.

Aan de Leie.

Mijn fototoestel is hersteld en doet het weer, zij het met niet al te veel overtuiging. Om het toestel eens te testen ben ik deze ochtend naar de oevers van de Leie getrokken. Het was nog erg vroeg toen ik mijn wagen parkeerde op het stemmige dorpspleintje van Sint-Baafs-Vijve (deelgemeente van Wielsbeke).

Eerst hingen er nog wat wolken in de lucht, maar die verdwenen algauw om het lentezonnetje volop te laten schijnen. Ik wandelde langs het mooie kerkje, met daarachter het André Demedtshuis. Eigenlijk is dat de oude pastorie die werd omgebouwd tot een cultureel centrum en de naam kreeg van de gerenommeerde schrijver.

Zo kwam ik aan de Leioever, bij het brugje waar fietsers en voetgangers de rivier kunnen oversteken.

Van op het brugje heb je een mooie uitzicht over de Leie. Aan de rechterkant, met de zon achter me, nam ik een foto met heel veel blauw.

Aan de linkerkant nam ik een foto in tegenlicht en verkreeg zo haast een zwart-wit foto in kleur.

De overige foto’s die ik deze morgen nam, bewaar ik voor morgen.

Een bouwvallige mevrouw.

Ik maakte woensdag een wandeling door het dorp Kanegem, op de grens van Oost en West-Vlaanderen. Ik had de dorpskern verlaten en stapte in de richting van de Mevrouwmolen. De weg was niet zo breed en was, door het ontbreken van een voet- of fietspad, eigenlijk niet zo wandelvriendelijk. Auto’s zoefden mij rakelings voorbij. Hert scheelde maar een haartje of ik moest de sloot induiken om mijn vege lijf te redden.

Maar gelukkig kreeg ik een beetje hulp van hierboven en hield m’n beschermengel mij nauwgelet in de gaten.

Ik liep langs enkele pittoreske huisjes.

Aan dit fraaie geveltje stond een bankje met daarnaast twee grote buxuspotten en erboven een mooi venstertje.

Pas toen ik een foto nam van het bankje, zag ik dat het venstertje geen venstertje was, maar een spiegel. Zo krijg je een rare foto van een bankje met een ouwe sok erboven.

Soit, ik stapte gezwind door en genoot van de mooie vergezichten onderweg.

En toen kreeg ik de Mevrouwmolen in het vizier. Maar die staat er nog steeds bouwvallig bij. Jammer toch. Het was ooit een erg mooie molen. Voor de foto zoemde ik in met de tele-lens, maar de molen was nog een eind van mij af. Het leek me niet de moeit om tot ginder te stappen en vooral ik wou nog voor de middag in Tielt zijn. Dus maakte ik maar rechtsomkeer.
Het korte wandelingetje had mij een lentegevoel bezorgd. Ik had het er zowaar warm van gekregen. En daar zat geen mevrouw voor iets tussen.

Een kleine dorpswandeling.

Gisteren scheen dan eindelijk het zonnetje en ook al was het nog erg frisje, het lentegevoel was niet ver meer weg. Perfect weer voor een wandelingetje. Ik was eigenlijk onderweg naar het West-Vlaamse Tielt, maar ik besloot om even halt te houden in Kanegem, een stil landelijk dorpje op de grens van Oost en West-Vlaanderen, om aldaar een frisse neus te halen. Ik parkeerde m’n wagen op het pleintje tegenover het knusse gemeentehuis. Kanegem wordt het bloemendorp genoemd, omdat hier tijdens de zomer zowat tienduizend rozenstruiken en evenveel geraniums de huizen en de tuintjes sieren. Maar daarvoor was het nu nog veel te vroeg en veel te koud. Niettemin lag het dorp  te schitteren onder een stralend blauwe lucht.

Aan de andere kant van het gemeentepleintje heb je het dorpswinkeltje.

Maar ik had niets nodig, dus stapte ik het winkeltje voorbij en wandelde verder door de stille straatjes van het dorp.

Als je door Kanegem wandelt moet je wel uitkijken voor fietsers. Briek Schotte maakt er nog steeds rondjes rondom de kerk.

En zo kwam ik bij de mooie en majestueuze Sint-Bavokerk aan. Net toen ik onder de toren liep begonnen de klokken oorverdovend te luiden. Het was duidelijk dat zij nog niet vertrokken waren naar Rome.

Ik liet de kerk en het kabaal achter me en maakte dat ik snel het dorp uit kwam. Dat was niet zo moeilijk, want Kanegem is slechts een handdoek groot.

Bulskampveld. (2)

We waren vorige zondag op wandel in het Bulskampveld te Beernem. Even voorbij de houtopslagplaats zagen we dit huisje dat blijkbaar bewoond werd door kippen. De hele familie stond ons buiten op te wachten.

Nadat we de kippen hadden gegroet volgden we verder de asfaltweg die nog wat verderop naar links boog en overging in een kasseiweg. Dat kasseistraatje leidde naar hoeve Colpaert, een boerderij waar je terecht kan voor lekkere hoeveprodukten. In de zomer worden van hieruit ook tochten met de huifkar georganiseerd.

Maar de hoeve heeft nog meer in petto. Achter de boerderij staat dit gebouw. Dit waren vroeger de stallingen die bij het kasteel hoorden dat iets verderop staat. Nu is hier het vogelasiel in onder gebracht, waar vogels die gewond zijn geraakt of op één of andere manier in nesten zitten, de nodige verzorging krijgen.

Op een bord aan de voordeur staat een zielig uiltje sip te kijken. Het heeft ocharme z’n vleugel bezeerd. Gelukkig niet zijn tenen, zoals dat ander uiltje dat ik ken.

Achter het vogelopvangcentrum kwamen we bij een open vierkant terrein. Hier is de kruidentuin. Maar die tuin lag zondag helemaal overhoop. Blijkbaar zijn ze die aan het heraanleggen. Maar wat ons meteen opviel waren de gaanderijen, rondom de tuin, die het terrein inkaderen. Een afdak van wel tweehonderd meter lang. Benieuwd waartoe dat zou dienen ? Dat zien we morgen dan wel weer.