Het dorp van Annelies.

Nog niet zo lang geleden brachten wij een bezoekje aan het dorp van Annelies.

Annelies uit Sas van Gent in Zeeland
Haar moeder zei : mijn dochter wordt een ster
En iedereen in Sas van Gent in Zeeland zei :
Ja dat Anneliesje brengt het ver
Zij nam dansles elke morgen
‘s Middags weer naar zangles toe
En ‘s avonds speelde zij nog amateurtoneel

Zo zong Louis Neefs destijds in z’n bekende liedje. Het liedje gaat nog verder en het loopt uiteindelijk niet zo goed af met Annelies. Ik had Annelies wel eens willen ontmoeten. Niet dat we speciaal voor Annelies naar het Sas van Gent gereden waren. We waren op doortocht naar een andere plaats in Zeeland. We hielden even halt in het Sas van Gent om een koffietje te drinken en even onze benen te strekken. We wandelen rondom het kleine jachthaventje.
Wat ze zoal hebben in het Sas van Gent ?
Een kanon. Meer zelfs, ze hebben twee kanonnen. Maar die wilden niet samen op één foto.

Een mooi voetgangersbruggetje.

Veel water en veel bootjes.

Gezellige huisjes.

Dat is het zowat. Veel meer valt er in het dorpscentrum van het Sas van Gent niet te zien. Het dorp is dan ook maar een zakdoek groot. Maar voor ons was het ruim voldoende om er een gezellig uurtje door te brengen.
Annelies hebben we helaas nergens kunnen bespeuren.

Portus Ganda.

Portus ganda is een Keltische benaming en betekent letterlijk “haven aan de samenvloeiing”.  Precies op de plaats waar de Leie in de Schelde vloeit werd in de 9de eeuw een haven aangelegd. Aan die haven ontstond een handelsnederzetting. De nederzetting groeide uit tot een steeds groter wordende leefgemeenschap. Er werd een kerk gebouw en later kwam er iets verderop langs de Leie ook een vestiging ter verdediging van de haven : het Geeraard de duivelsteen.
De site kreeg de naam Ganda. De stad, die wij nu Gent noemen,was geboren.

De site Portus Ganda bestaat nog steeds. Het is de oudste plek van Gent, maar ziet er al lang niet meer uit zoals het er in de 9de eeuw uitzag. Enkele jaren geleden kreeg de site nog een grondige opknapbeurt. Tegenwoordig doet Portus Ganda dienst als jachthaven. Via een rustige weg langs het water, kan men er rondom het haventje wandelen of fietsen. Het is er heerlijk kuieren. Zeker op een zonnige, maar ietwat frisse Paasmaandag. Dat was wat m’n vrouwtje en ik gisteren deden.
Enkele sfeerbeelden van Portus Ganda…

De jachthaven.

We lieten de vistrap in Oostende achter ons en kwamen even later terug bij de jachthaven aan. Enkele uren ervoor lag deze nog te baden in de zon. Maar nu verstopte de zon zich en dreven alleen maar grijze wolken over de zeilmasten. Niettemin bood de jachthaven van Oostende, zoals steeds, een mooie aanblik.

Meeuwen aan de vistrap.

Van de Montgomerykaai in Oostende wandelden we verder naar de bekende vistrap, waar vers gevangen vis te koop wordt aangeboden. We kochten er zes zeetongen en een kilootje garnalen.

In de buurt van de vistrap hadden zich heel wat meeuwen verzameld. Zij wilden waarschijnlijk een graantje (of beter gezegd een graatje) meepikken van de verse vis. Ik slaagde erin om enkele meeuwen op foto te vereeuwigen.

De Montgomerykaai.

We gingen schuilen voor de regen in een herberg nabij de Pier in Oostende. We genoten er van een lekkere koffie met een gebakje en toen die waren genuttigd konden we weer naar buiten. De regenvlaag was voorbij getrokken. Een waterig zonnetje deed verwoede pogingen om opnieuw door het grijze wolkendek te breken.
We wandelden verder tot aan de Montgomerykaai, waar ik deze foto’s maakte. Het tegenlicht van de zon gaf een bevreemdend mooi effect aan de foto’s.

(wordt vervolgd)

Rock Strangers.

Het was nog in het jaar 2012 toen wij op tweede kerstdag richting kust reden. De weerman had voor die dag in het westen van het land brede opklaringen voorspeld. Daarmee had hij niet overdreven, want toen wij in Oostende aankwamen straalde de zon aan een heldere, blauwe hemel. Een welgekomen verademing in die kletsnatte kerstperiode.

We waren in Oostende om eens flink uit te waaien en al onze overtollige colorieën weg te werken. We begonnen met een wandeling langsheen de zeedijk. Naarmate we verder wandelden werd de blauwe lucht steeds meer gesluierd door witte wolken. We hadden het voorgevoel dat die brede opklaringen toch iets minder breed zouden uitvallen, dan was voorspeld.

Ter hoogtre van het monument der verdronken zeelieden sprongen enkele vreemde, helrode voorwerpen meteen in het oog.

Erg toch, hoe sommige mensen zomaar hun rommel en afval dumpen op de zeedijk ?

Het bleek geen afval te zijn, maar een kunstwerk (?) dat Rock Strangers werd getiteld, van de hand van ene Arne Quinze.

(wordt vervolgd)

Het dorp van Mercator. (4)

Na ons bezoek aan de Graventoren en de getijdenmolen in het Scheldedorp Rupelmonde, gingen we nog een kijkje nemen aan de oever van de rivier.

We kuierden langs de typische Scheldedijk en keken naar de bootjes die er lagen aangemeerd.

Wie dat wilde kon zomaar aan dek gaan van de “Westhinder”. Vooral  kinderen van  een plaatselijke jeugdbeweging maakten daar gretig gebruik van.
Maar wij hadden trek in koffie.

Wij hielden het daar aan de Scheldekaai algauw voor bekeken en keerden terug naar het dorpscentrum. Intussen werden daar de plaatsen op de terrasjes schoorvoetend ingenomen.

We genoten van een lekker bakje zwart goud met een fijn gebakje erbij.
Als afsluiter maakten we daarna nog een korte wandeling rondom de getijdenmolen…

tot we terug uit bij de Graventoren uit kwamen.

Ons bezoek aan Rupelmonde zat er op. Bij het verlaten van het dorp wierp Mercator ons nog een goedkeurende blik toe.

Tot ziens, Gerardus.

Langs de Schelde in Oudenaarde. (2)

Ik liet de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele achter me en vervolgde mijn wandeling langs de oevers van de Schelde in Oudenaarde.

Een paar honderd meter verder kwam ik aan de brug die verbinding geeft met de ring rond Oudenaarde. Boten varen aan en af, hier op de Schelde en kunnen gemakkelijk onder deze brug door.

Aan de overkant had ik een mooi zicht op de Scheldekaai met de Sint-Walburgakerk (de hoofdkerk van Oudenaarde) op de achtergrond.

De boot die daarnet de brug was onder gevaren, naderde intussen de ophaalbrug die iets verderop stroomafwaarts lag. Op de foto lijkt het alsof de boot vlakbij is, maar hier had ik even gebruik gemaakt van m’n inzoomlens.

Ik stak opnieuw de Schelde over en keerde aan de andere kant terug naar het centrum van de stad. Toen ik even later aan de fleurig opgedirkte voetgangersbrug kwam, lag dezelfde boot van daarnet bij deze brug aangemeerd.

De voetgangersbrug lag er zo vrolijk bij dat ik er niet kon aan weerstaan om even de trappen te beklimmen.

Boven op de voetgangersbrug werd ik weer getrakteerd op een mooi uitzicht over de stad.

Aan de andere kant van de voetgangersbrug kan men verder wandelen tot aan de kleine jachthaven van Oudenaarde.
Maar intussen voelden mijn tenen aan als ijsblokken, niettegenstaande ik die ochtend een paar dikke wollen sokken had aangetrokken. Het liep intussen ook tegen middaguur aan en ik besloot dan maar om de rest van de wandeling voor een andere keer te houden.
Toen ik thuis kwam na deze frisse, maar verkwikkende wandeling, rook ik de aangename geur van verse soep, die vrouwtjelief voor mij had gemaakt.
Mijn dag kon niet meer stuk.

Mijn jachthaventje.

Dit jachthaventje aan de Brielmeersen in Deinze, ligt op een boogscheut van m’n achtertuin. Vandaar dat ik dit plekje reeds menige keren op de digitale gevoelige plaat heb vastgelegd.
Niet dat ik verder enig aandeel heb in dit haventje. Ik geniet enkel van het plezier om er naar te kijken.