We hadden die zondagnamiddag jammer genoeg niet genoeg tijd voor een rondleiding met een gids doorheen de Sint-Baafsabdij. Wel konden we vrij bezoek brengen aan de refter van de abdij. Een indrukwekkende zaal met een prachtig plafond. Tegen de zijmuren staan ornamenten en grafstenen uit de abdij opgesteld. De vloer is afgedekt met een houten platform, waarschijnlijk om de broze tegels te beschermen.

Vreemd was dat er aan het plafond een lang touw hing met een flosh eraan. Dat leek op een touw om de klokken mee te luiden. Maar bij mijn weten waren hierboven geen klokken aanwezig. Maar dat touw schijnt blijkbaar te kaderen in de tentoonstelling die hier momenteel loopt, onder de titel Histories of thought, waarin een twintigtal moderne kunstenaars tijd en vergangkelijkheid proberen te overstijgen.

Er stonden hier trouwens nog meer kunstwerken opgesteld, zoals bijvoorbeeld deze handen. Geen échte handen, maar handen gemaakt uit was of één of andere kunststof. We zagen ook nog afgehakte knielende benen op een stoel, waarvan mijn foto helaas niet gelukt is.
Het was dus kunst en bijgevolg helemaal niet zo gruwelijk als het op het eerste zicht leek.

Terug buiten wandelden we verder tussen de eeuwenoude muren, waar her en der nog meer kunstwerken te zien waren. De meeste ervan vond ik persoonlijk nogal vloeken met omgeving en ik heb er dan ook geen foto’s van.
Maar naast dit unieke gebouwenpatrimonium schijnt deze site ook bijzonder interessant te zijn op ecologisch vlak. De laatste 20 jaar werden hier zo maar eventjes 150 verschillende plantensoorten geïnventariseerd. Een dergelijke spontane vegetatie in een stedelijke omgeving is heel bijzonder.

Reeds enkele jaren na de stichting van de abdij, nam een edelman zijn intrek in dit klooster. Hij nam de naam Bavo aan. Twee eeuwen later werd de abdij naar hem genoemd en werd vanaf dan als heilige vereerd. Tussen de 11de en de 13de eeuw was deze abdij zeer welvarend. Het was ook in die tijd dat de meeste gebouwen werden opgericht waarvan de ruïnes nu nog steeds overeind staan.

Opmerkelijk is deze mooie waterput met sierdakje. De put van Sint-Macharius. Macharius was een pelgrim die omstreeks de elfde eeuw zijn intrek nam in de abdij. Hij was echter een pechvogel en één van de eerste slachtoffers van de pest. Later ontstond er een verering rond zijn persoon en ook hij werd heilig verklaard. Hij gaf z’n naam aan de parochie en de wijk rondom Portus Ganda.
Deze waterput herinnerd aan z’n verblijf in de abdij en werd vroeger door goedgelovige mensen beschouwd als een wonderdoende put tegen pest en koorts.

Tot aan de 16de eeuw was de abdij één der machtigste van Europa. Maar toen kwam Keizer Karel en was het uit met de pret. Toen waren de middeleeuwen al lang niet meer zo vrolijk.
Over de Sint-Baafsabdij valt natuurlijk veel meer te vertellen dan ik hier kan doen.. Als jullie meer over de abdij willen weten dan kan ik deze mooie website aanbevelen : buren van de abdij.
De abdij zou vanaf nu tot in september bijna iedere zondag te bezoeken zijn. Maar vooraf nog even informeren lijkt me toch wel raadzaam.




Tijdens onze wandeling tussen de ruïnes merkte ik een man op die mijn aandacht trok. Ik weet niet wie de man was, maar ik vond dat hij goed in dit kader paste.
Morgen volgt het derde en helaas reeds laatste deel van dit verslagje over onze wandeling tussen de eeuwenoude muren van de Sint-Baafsabdij. 































De deur van de Sint-Pietersabdij in Gent is dicht. Nog even wachten dus. Zo meteen gaat de deur wel terug open.















