Stadslink door Diksmuide. (3)

We volgden het Handzamevaartje in Diksmuide en genoten van de mooie vergezichten. Maar algauw bracht de stadswandeling ons terug naar het centrum van de stad. Eerst kwamen we bij de plek waar de Handzamevaart in de Ijzer uitmondt. Net op deze plaats lagen enkele mooie jachtboten aangemeerd.

Dan doemde, aan de overkant van dit jachthaventje, de Ijzertoren, voor ons op.

Aan de overkant van de rivier ontwaarde ik nog een oorlogsmonument, zoals er hier heel wat in de streek aan te treffen zijn. Een beetje verderop ligt de berucht “dodengang”. Maar die monumenten horen bij een andere wandeling.

Deze wandelroute bracht ons verder langs het haventje tot aan de brug over de Ijzer. Lang geleden, toen de dieren nog spraken, had de haven van Diksmuide enig belang als zeehaven. Dat kwam doordat de Ijzer de enige rivier is die in Vlaanderen rechtstreeks in de zee uitmondt. Maar vandaag biedt Portus Dixmuda, zoals het vroeger werd genoemd, enkel nog faciliteiten en ligplaatsen voor de pleziervaart.

Vanaf de brug over de Ijzer ging het dan, via enkele winkelstraten, terug naar het centrum van de stad.

We zagen onderweg nog enkele kleinere monumenten, zoals deze gedenkplaats voor politieke gevangenen uit Diksmuide die overleden in nazi-concentratiekampen.

En zo kwamen we terug op de Grote Markt en zat onze wandeling er op. We hadden wel wat dorst gekregen en dus togen wij een herberg binnen alwaar ik mijn favoriete drankje bestelde.
Van al dat wandelen was ik een beetje moe en waren mijn benen wat stram. Maar mijn vrouw had nergens last van en wou graag nog wat meer wandelen. Nadat we onze dorst hadden gelaafd reden we naar Stuivekenskerke (deelgemeente van Diksmuide) voor nog een tweede wandeling van die dag. Daar in Stuivekenskerke zouden we trouwens een verborgen pareltje ontdekken. Maar dat verslagje bewaar ik voor volgende week.

Stadslink door Diksmuide. (2)

We deden de “Stadslink”, een stadswandeling door Diksmuide en waren bij het fraaie postkantoor aangekomen. Achter het postkantoor ligt het Handzamevaartje.

We moesten enkele trappen afdalen en onder het brugje door kwamen we op een verlaagd voetpad terecht dat langsheen het kanaaltje liep. Een heerlijk rustig wandelbaantje. Dit was het stukje van de wandelroute die we vorig jaar ook al eens deden.

Even verderop konden we terug naar boven om een kijkje te gaan nemen op de Vismarkt. Recht tegenover de vismarkt bevindt zich het begijnhof van Diksmuide. Aangezien we vorig jaar het begijnhof reeds uitgebreid hadden bezocht, lieten we het deze keer voor wat het was. We daalden terug de trappen af en volgden verder het pad langs het Handzamevaartje. Dat bracht ons naar de andere kant van de stad.

Het pad eindigde waar het Handzamevaartje plots een hoek van 90 graden maakt en verder noordwaarts naar de Ijzer toe stroomt. Toen we daar terug boven op de dijk kwamen zagen we aan de overkant de bloemmolens staan. Hier lagen ook de kano’s aangemeerd, waarmee men op zonnige dagen op het Handzamevaartje kan varen. Maar daar was het op deze Pinksterdag waarschijnlijk net ietsje te fris voor.

Nadat de Diksmuidse bloemmolens verhuisden naar modernere installaties op het industrieterrein, werd in deze industriële torens, onder de naam Westoria, een permanente tentoonstelling opgezet die ondermeer de ontstaansgeschiedenis van de Westhoek weergaf.  Westoria zou evenwel geen lang leven beschoren zijn.  Het Westoria-project, dat met een vrij ingewikkelde financiële constructie (deels met privégeld en deels met overheidssteun) op touw was gezet, liep algauw op de klippen. Er onstond daaromtrent nogal wat gekrakeel en het geheel eindigde in een rechtszaak.

Wij volgden verder het Handzamevaartje en lieten het stadscentrum achter ons.

We kwamen zowaar in de West-Vlaamse polders terecht, waar we konden genieten van prachtige vergezichten.

Zo ging het naar de plaats waar het Handzamevaartje in de Ijzer uitmondt. Maar dat is dan weer iets voor morgen.

Stadslink door Diksmuide.

“Stadslink” is de naam van een stadswandeling doorheen Diksmuide. Een klein stukje van die wandeling deden wij vorig jaar reeds. Maar toen moesten wij het bij een klein stukje houden omdat mijn vrouw haar knie niet mee wilde. We hadden ons toen voorgenomen om de wandeling eens helemaal te doen, van zodra ze over een betere knie zou beschikken.
Intussen kan vrouwtjelief terug stappen als nooit tevoren en dus besloten we op Pinksterdag om terug te keren naar Diksmuide en aldaar ons voornemen te volbrengen. De weersvoorspellingen voor die dag waren niet bijzonder goed, maar in het westen van het land bleef het lentezonnetje de hele dag min of meer van de partij.
De wandeling gaat van start op de grote Markt van Diksmuide, die opvallend mooi getooid was met prachtige tulpen en voorjaarsbloemen.

Op de grote markt van Diksmuide staat een opvallend goudkleurig beeldje : Het ‘Manneke uit de Mane’ staat symbool voor West-Vlaamse humor. Jaarlijks neemt de ‘Orde van het Manneke uit de Mane’ verdienstelijke West-Vlamingen als nieuwe ridders in haar orde op en verschijnt de ‘Almanak’, een leuk boekje met grappen, pittige verhalen en weersvoorspellingen, gekruid in het West-Vlaams dialect.

Het stadhuis van Diksmuide staat momenteel in de steigers. Daar hoef ik deze keer geen foto’s van te tonen, maar verwijs ik graag met een linkje naar mijn verslagje van vorig jaar. Erg handig, die linkjes.
Wij vatten echter onze wandeltocht aan die bracht ons eerst naar de stationswijk en vandaar bereikten wij het kleine, maar fraaie stadspark van Diksmuide.

Ook hier waren de tulpen alom aanwezig.

In het stadspark troffen dit bijen- en vlinderhotelletje aan. In mijn eigen tuin heb ik ook een bijen- en vlinderhotelletje, maar dat is lang niet zo mooi als dit exemplaar.

Voorbij het stadspark leidde de wandelroute ons langs het postkantoor. Niet zomaar een postkantoor. In deze voormalige patriciërswoning verbleef hier van 1568 tot 1648 de Spaanse gouverneur. Aangezien Diksmuide tijdens de eerste wereldoorlog zowat volledig werd plat gegooid, bleef ook van deze woning nog maar weinig over. Het werd echter in 1918  vrij getrouw heropgebouwd.

En zo kwamen we vanzelf aan het Handzamevaartje. Vanaf daar wandelen we morgen verder.

Middelburg. (2)

Langs het Kanaal door Walcheren, zoals het gezellig watertje dat door Middelburg stroomt heet, wandelden wij van de Sint-Jorisdoelen naar de Kloveniersdoelen, waarvan wij het torentje reeds van ver boven de bomen uit zagen prijken.

Zo kwamen we bij de Kloveniersdoelen. Dit is een gebouw in Vlaamse renaissance-stijl dat werd gebouwd in 1607 en waar vroeger de oefenruimte was in onder gebracht voor de kloveniers. Kloveniers waren schutters die met de bus schoten. Nee, niet met de autobus maar met een haakbus, een vuurwapen uit de 17de eeuw waarbij het buskruit met een lont moest worden ontstoken.

Voorbij de Kloveniersdoelen kuierden we nog een beetje langs het mooie water.

We liepen tot aan de Langeville, een bekende winkelstraat in Middelburg. Vele winkels waren hier gewoon open op deze Hemelvaartsdag. Wegens de grote drukte in de winkelstsraat had ik m’n fototoestel weg gestopt en haalde die pas terug boven aan de andere kant van het water, toen we het stadscentrum terug binnen wandelden.

Daar troffen we nog wel meer winkeltjes aan, zoals dit pandje waar je kitsch kado’s kon kopen.

Maar wij gingen nog een koffietje drinken in een gezellig cafeetje waarvan, voor zover ik weet, de naam niet meer klopt.

Daarna keerden we terug naar de plek waar we de auto hadden achter gelaten, in de buurt van de Seismolen. De Seismolen is één van de vier windmolens die Middelburg rijk is. Hij werd gebouwd in 1728 en is soms te bezoeken. Maar helaas niet op deze Hemelvaartdag. Dat zal dus voor een ander keertje zijn, want we hebben ons voorgenomen om niet meer zo lang te wachten vooraleer nog eens terug te keren naar Middelburg.

Middelburg.

Op Hemelvaartdag (ja, ik loop een beetje achter op mijn blog) gingen wij naar Middelburg, een stadje in Zeeland waar wij vroeger vaker kwamen omdat het dichtbij is en omdat het er erg gezellig is. Maar deze keer was het toch al een hele tijd geleden dat wij er nog waren.
Middelburg doet heel erg Belgisch aan, behalve dat er hier dubbel zoveel fietsen aanwezig zijn als in om het even welke Belgische stad. Op het grootste marktplein van Zeeland had net een feestmarkt plaats met tientallen leuke kraampjes. Die belemmerden enigszins het zicht op het schitterende gotische stadhuis van Middelburg. Werkelijk een pareltje is dat.

Het was net rond de middag toen wij er aankwamen en dus gingen we eerst een lekker hapje eten op het terras van café Brooklyn op de markt. Daarna maakten we een wandeling door de stad. Wegens te druk lieten we de marktkraampjes achter ons en zochten wat rustiger straatjes op en liepen zo tot aan de Lange Jan. De lange Jan is zo lang dat je de top ervan alleen van op afstand op de foto krijgt.

De Lange Jan is een 90 meter hoge kerktoren die eigenlijk tot het abdijcomplex van Middelburg behoort. Via 207 treden kan je de toren beklimmen, maar dat waren er voor ons net zeven te veel. Daarom wandelden wij verder tot aan de abdij van Middelburg.

De abdij van Middelburg is een prachtig historisch complex, gelegen temidden van de stad en bestaande uit een reeks min of meer doorlopende gebouwen met vier spitse torens en diverse toeganspoorten, rondom een groot plein. Tijdens het beleg van Middelburg in 1574 werd het kloosterleven binnen deze gebouwen nogal hardhandig beëindigd. Thans is het provinciaal bestuur van Zeeland er gevestigd, samen met het rijksarchief en het Zeeuws museum, dat kostbare wandtapijten herbergt.

Voor de abdij van Middelburg ligt een stadspleintje dat De Balans heet. Op dat pleintje staat iets wat je alleen maar in Nederland kan zien : een fontein met oranje water. Dat oranje water produceert wit schuim in de fontein, waardoor je een vreemd effect krijgt. Bijzonder is het wel.
Achter de fontein staat de Sint-Jorisdoelen, het huis van de schuttersgilde Sint-Joris. Het huis dateert oorspronkelijk uit 1582 maar kwam geheel te vervallen en werd uiteindelijk afgebroken. In 1970 bouwde men een exacte kopie.

Ons volgend doel in Middelburg was de Klovensiersdoelen. Maar da’s iets voor morgen.

Mons.

Vorige week gingen m’n echtgenote en ik een namiddagje wandelen in het stadje Mons (Bergen) in de provincie Henegouwen. We waren daar vorig jaar ook al eens geweest en dat was ons toen zeer goed bevallen (klik). Dus keerden we met plezier nog een terug naar de stad van Elio Di Rupo.
Enkele sfeerbeelden…

De Vismarkt en de Grote Markt.

Van het begijnhof in Diksmuide wandelden we terug naar de Vismarkt.

Wat nu een stemmig pleintje is, was ooit een heuse vismarkt. Diksmuide, gelegen aan de Ijzer en de Handzamevaart had destijds een druk havenkwartier. De vismijn dateert uit 1920. Het bronzen beeld in de vismijn, “De visvrouw Jette”, herinnert aan deze bloeiende periode. Het beeld is gemaakt naar de beeltenis van Juliette Dekeyser, een vrouw die ooit vis verkocht in de vismijn. Zij leefde van 1982 tot 1973.

Voorbij de Vismarkt kwamen we vanzelf op de Grote Markt van Diksmuide. Het meest opvallende gebouw hier is het stadhuis met belfort. De eerste steen voor het stadhuis, dat oorspronkelijk als lakenhalle dienst deed, werd gelegd in 1428. Tijdens wereldoorlog I werd het gebouw volledig vernield. In 1923 werd het stadhuis heropgebouwd.
Achter het stadhuis ziet men de toren van de Sint-Niklaaskerk. Deze kerk kent een bewogen geschiedenis. Nadat ze in de middeleeuwen reeds driemaal was afgebrand werd ook deze kerk tijdens de eerste wereldoorlog plat gegooid.  Na WO I werd ze opnieuw opgebouwd volgens een een 14de eeuws vroeggotisch model. Later, tijdens de tweede wereldoorlog, werd de kerk alweer beschadigd. De herstellingen werden uiteindelijk voltooid in 1950.


Net zoals Ieper heeft ook Diksmuide erg te lijden gehad onder het oorlogsgeweld. Tijdens de eerste wereldoorlog werd zo goed als de hele stad plat gelegd. De stad is echter uit zijn as herrezen en is bijgevolg nog relatief nieuw. Een monument op de Grote markt herinnert aan al die oorlogsellende.

Hier eindigde onze wandeling in de mooie stad Diksmuide. We zochten nog een plekje op één van de gezellige terrasjes rondom de Markt, want we waren aan een verfrissing toe.

Langs het Handzamevaartje.

De Handzamevaart is een riviertje dat ontspringt in het hartje van West-Vlaanderen en nog verder naar het westen stroomt langs dorpen met prachtige namen als Handzame, Kortemark, Zarren, Esen en Vladslo, om tenslotte in Diksmuide uit te monden in de Ijzer.
In Diksmuide vormt de Handzamevaart de noordelijke grens van de middeleeuwse stedelijke kern. De verbinding met de stad gebeurde via vier bruggen over de Handzamevaart, waarvan er nu nog slechts twee overblijven.
Nu de zomer eindelijk in het land is hadden wij zin in een stadswandeling. Wij togen westwaarts, richting Diksmuide en pikten in op de stadswandeling aan het Handzamevaartje. Gezien de toestand van vrouwtjelief haar knie moesten we het rustig aan doen.

Wij wandelen op ons dooie gemakje langs het water.  Andere mensen waren met dit mooie zomerweer dan weer liever óp het water.

De kano’ s zijn zeer geschikt om ermee onder de lage brugjes door te varen.

Wij volgden een lager gelegen pad langs het Handzamevaartje. De huizen op de dijk aan de overkant staan beduidend hoger.

En zo bereikten we het brugje ter hoogte van de Vismarkt, langswaar we de binnenstad konden bereiken. Recht tegenover de Vismarkt ligt het begijnhof van Diksmuide. Daar gingen we eerst een kijkje nemen.
Maar da’s alweer iets voor morgen.

Ieper.

Vorige zondag hielden wij halt op de prachtige Grote markt van Ieper. We stevenden meteen af op de majestueuze Lakenhallen.

We maakten een ommetje omheen de Lakenhallen en via een poort kregen we een zicht op de binnenkoer.

Zo kwamen we terug aan de voorzijde bij de plaats waar we moesten wezen : de ingang van het In Flanders Fields Museum.

We brachten een bezoek aan het volledig vernieuwde museum. De moeite waard voor iedereen die geboeid is door de geschiedenis en de gruwel van de eerste wereldoorlog.

Na ons bezoek aan het museum flaneerden we nog een beetje op de grote markt, alwaar het decor voor het tv-programma Villa Vanthilt reeds in volle opbouw is. Vanaf volgende week zendt Marcel Vanthilt iedere avond zijn programma rechtstreeks vanuit Ieper de Vlaamse huiskamers in.

We kuierden nog wat rond in de omgeving van de fonteinen en hoorden vele mensen op het plein Engels praten. Ieper wordt druk bezocht door Britse toeristen.

De stad heeft zich dan ook sterk georiënteerd op onze overzeese buren. Zo kan je in een frituur achter de Lakenhallen heuse Fish and Chips bestellen. Dat de Ieperlingen hun best doen om hun Engelse toeristen te verwennen konden we ook merken in de Meensestraat. Daar bevindt zich bijvoorbeeld dit winkeltje…

Alsook dit handeltje waar uitsluitend boeken en allerhande prullaria te verkrijgen zijn die verband houden met de eerste wereldoorlog. Bijna honderd jaar na datum doet deze oorlog de commerce nog steeds draaien.

Via de Meensestraat stapten we recht naar de Menenpoort toe. Vanaf daar gaan we morgen verder.