We volgden het Handzamevaartje in Diksmuide en genoten van de mooie vergezichten. Maar algauw bracht de stadswandeling ons terug naar het centrum van de stad. Eerst kwamen we bij de plek waar de Handzamevaart in de Ijzer uitmondt. Net op deze plaats lagen enkele mooie jachtboten aangemeerd.


Dan doemde, aan de overkant van dit jachthaventje, de Ijzertoren, voor ons op.

Aan de overkant van de rivier ontwaarde ik nog een oorlogsmonument, zoals er hier heel wat in de streek aan te treffen zijn. Een beetje verderop ligt de berucht “dodengang”. Maar die monumenten horen bij een andere wandeling.

Deze wandelroute bracht ons verder langs het haventje tot aan de brug over de Ijzer. Lang geleden, toen de dieren nog spraken, had de haven van Diksmuide enig belang als zeehaven. Dat kwam doordat de Ijzer de enige rivier is die in Vlaanderen rechtstreeks in de zee uitmondt. Maar vandaag biedt Portus Dixmuda, zoals het vroeger werd genoemd, enkel nog faciliteiten en ligplaatsen voor de pleziervaart.

Vanaf de brug over de Ijzer ging het dan, via enkele winkelstraten, terug naar het centrum van de stad.

We zagen onderweg nog enkele kleinere monumenten, zoals deze gedenkplaats voor politieke gevangenen uit Diksmuide die overleden in nazi-concentratiekampen.

En zo kwamen we terug op de Grote Markt en zat onze wandeling er op. We hadden wel wat dorst gekregen en dus togen wij een herberg binnen alwaar ik mijn favoriete drankje bestelde.
Van al dat wandelen was ik een beetje moe en waren mijn benen wat stram. Maar mijn vrouw had nergens last van en wou graag nog wat meer wandelen. Nadat we onze dorst hadden gelaafd reden we naar Stuivekenskerke (deelgemeente van Diksmuide) voor nog een tweede wandeling van die dag. Daar in Stuivekenskerke zouden we trouwens een verborgen pareltje ontdekken. Maar dat verslagje bewaar ik voor volgende week.





























































