Aan het “Veerse Gat”. (4/4)

Na ons bezoek aan de Grote kerk van Veere hadden we dorst gekregen. We wandelden terug in de richting van het centrum, waar zich de meeste terrasjes bevonden. Onderweg zagen we nog enkele, van oorsprong 14 de eeuwse, “Godshuisjes”, maar thans omgevormd tot “bed en broodhuisjes”. We zagen ook het standbeeld van Adriaen Valerius (1570-1625). Adriaen was naast notaris, stadsontvanger, schepen en deken van de rederijkersgilde, ook schrijver. De titel van zijn belangrijkste werk luidt als volgt : “Nederlandsche Gedenckclanck kortelyk, openbaerende de voornaemste geschiedenissen van de seventhien Nederlandsche Provintien ’t sedert den aanvang der Inlandse beroerten en troublen.
Als titel voor een boek kan dit wel tellen.

We kwamen voorbij een schooltje, …

liepen door pittoreske straatjes…

en lieten ons verleiden in een nostalgisch snoepwinkeltje.

Ik kon het niet laten om ook nog een foto te nemen van de schuin liggende luiken die de kelders van de huizen in deze straat afsloten.

En zo bereikten we weer het gezellig stadscentrum, waar we ons op een leuk terrasje neer vleiden. We bestelden een biertje van de “wisseltap” en lieten het ons smaken.

Nadien kuierden we nog wat rond in het stadje en lieten we ons stilaan terug afzakken naar de kades aan het Veerse Meer.

Het werd stilaan laat in de namiddag en tijd om huiswaarts te keren. Met een goed gevoel stapten we terug in de wagen. Dit charmante stadje aan het “Veerse Gat” had ons vast en zeker kunnen bekoren.


Geraadpleegde bronnen :
“Veere, de eens zo machtige koopstad aan het Veerse Gat” door J.H. Midavaine
Wikipedia
VVV Zeeland