Natuurgeschiedenis.

Door de aard van haar beroep (zorgkundige) moet mijn echtgenote vaak werken in het weekend. Om dan niet alleen thuis te moeten zitten kniezen, ga ik al eens op stap met mijn goede vriend en collega van de Erfgoedcel Leie en Schelde.
Samen met hem bezocht ik onlangs het Museum voor Natuurgeschiedenis in Doornik. Dit museum werd reeds geopend in 1829 toen België nog niet eens bestond. Het was daarmee het allereerste museum in ons land. Aanvankelijk was het eerder een “rariteitenkabinet” dat was ondergebracht in de oude brouwerij van de Sint-Maartensabdij. Architect Bruno Renard ontwierp in 1839 een mooie neoklassieke galerij waarin voornamelijk opgezette dieren werden tentoongesteld. Gaandeweg werd de collectie uitgebreid, maar de 19de-eeuwse sfeer bleef steeds behouden.

DSC_0091

Vandaag is het nog steeds een museum zoals een museum er pakweg 150 jaar geleden uitzag. Nog steeds worden de originele uitstalkasten gebruikt en aan het interieur van het gebouw is in al die jaren nauwelijks iets veranderd. Ook het aangebouwde Vivarium met levende dieren (voornamelijk reptielen, amfibieën en insecten) is nog steeds in zijn originele staat. Het museum neemt thans deel aan een beschermingsprogramma tot het behoud van bedreigde dier- en plantensoorten.

DSC_0100 (2)

DSC_0101 (3)

DSC_0102

DSC_0104

DSC_0105

DSC_0114

Pronkstukken van de collectie van dit museum zijn de twee opgezette olifanten. Zij werden in 1839 België binnen gebracht en waren de allereerste olifanten die voet aan wal zetten op het Europese vasteland.

DSC_0117

In 1839 leefden de olifanten nog. Nu zijn ze hartstikke dood, net zoals alle dieren die in de galerij zijn opgesteld. Al was mijn vriend er toch niet helemaal gerust in.

DSC_0113 (2)

De omstandigheden in het aangebouwde vivarium waren minder optimaal om er foto’s te nemen en dus heb ik dat ook maar niet gedaan.
Het Museum voor  Natuurhistorie in Doornik is een zeer klassiek museum en is net door de authenticiteit ervan absoluut een bezoekje waard.

animal-1298744_960_720

Museumkippen.

Zoals iedere vrijdag ging ik gisteren naar het museum in Deinze waar ik als vrijwilliger werkzaam ben. Toen ik bij de ingang van het museum kwam, viel het mij op dat het parkje rondom het museum helemaal in lentetooi was. Ik had toevallig mijn fototoestel bij en kon het niet laten om er enkele “lentekiekjes” te schieten.

DSC_0005

DSC_0006

chickens-1043626_960_720Het museum van Deinze heeft ook kippen. Er zijn niet veel zoveel musea in de wereld die dat hebben, maar ons museum dus wel. De kippetjes genoten gisteren van de mooie lentedag en liepen vrolijk te kakelen voor de ingang van het museum. Voor een bezoekje aan het museum moesten ze nog even geduld oefenen want de deuren gingen pas een half uurtje later open.

DSC_0004

Dus scharrelden ze in afwachting wat rond tussen de narcissen. Hier voelen ze zich helemaal thuis. Ze hielden mij intussen nauwlettend in de gaten. Van zodra ik de deur zou openen, zouden ze mee naar binnen glippen.
Drie hanen en vijf kippen verblijven continue in het park aan het museum waar ze vrij kunnen rondlopen. Steeds als ik in de buurt van het museum kom lopen ze achter m’n hielen aan. Misschien denken ze dat ik één van hen ben ?

DSC_0011

Toen de kippen de eerste aankomende bezoekers gingen verwelkomen aan de overkant van het parkje, maakte ik van de gelegenheid gebruik om vlug de deur te openen en naar binnen te gaan. Ik was alweer een kwartier te laat op m’n werk.

DSC_0012

Circus Pipo.

In onze gemeente streek vorige week alweer een circus neer. Circus Pipo, deze keer. Ook zij brachten kamelen mee. Blijkbaar horen kamelen tegenwoordig bij elk circus.

Maar tot mijn verbazing graasden bij dit circus ook een kleine kudde flink uit de kluiten gewassen ossen. Het waren zowaar kolossen van ossen.
Jullie vragen zich misschien af hoe ik weet dat dit ossen zijn ? Mijn goede vriend en collega van het museum heeft me dat verteld. Hij is namelijk niet alleen een dubbele Master in de geschiedkunde en de kunstwetenschappen, hij weet ook alles, zo blijkt, over gecastreerde stieren. 😉

Drie en een half miljoen paarden.

De Eerste Wereldoorlog zorgde honderd jaar geleden voor heel wat menselijk leed. Maar ook voor veel dierenleed. Zo sneuvelden ruim drie en een half miljoen paarden tijdens W.O.I
Over dit thema loopt een tentoonstelling in het bezoekerscentrum HIPPO.WAR, dat gevestigd is op de tweede verdieping van het tribunegebouw aan de Gaverbeek-hippodroom in Waregem.

DSC_0024

DSC_0026

DSC_0027

De eerste vleugel van het bezoekerscentrum staat in het teken van het paard tijdens de Eerste Wereldoorlog. Paarden speelden in 1914-1918 een belangrijke rol in de oorlogsvoering. Aan de hand van foto’s, film- en audiofragmenten, maar ook authentiek materiaal en paardentuig, ontdek je er de verhalen uit “Den Grooten Oorlog” en hoe sterk de band soms was tussen de soldaat en zijn paard.
Er werd zelfs een paardenhospitaal nagebouwd.

DSC_0004

DSC_0005

Foto’s en tekeningen illustreren de gruwelijke verhalen.

DSC_0010-horz

Originele attributen uit WOI maken de tentoonstelling zeer aanschouwelijk.

DSC_0008

Er is ook aan de jeugdige bezoekers gedacht. Aan de hand van scheurbladeren kunnen kinderen quiz-vragen oplossen en opdrachten vervullen.

DSC_0006

In een glazen kast ligt een skelet van een paard dat in de Eerste Wereldoorlog sneuvelde.

DSC_0019

Maar minstens even indrukwekkend is het levensgroot sculptuur van een gesneuveld paard van de hand van Benjamin Gardin.

DSC_0021

Het bezoekerscentrum is, van woensdag tot en met zondag, iedere namiddag gratis toegankelijk.
Het bezoekerscentrum bevat ook nog een tweede luik, dat handelt over de rol van de Amerikanen in WOI. Daarover iets meer volgende week.

animal-1296927_960_720

Werelddierendag.

Malse reepjes in een smaakvolle gelei; fijne terrine rijk aan zalm en tonijn; zacht gestoomde mini-filets in een smaakvolle saus; knapperige brokjes van gevogelte…
Ze moest het allemaal niet hebben. Onze poes Anja wilde nog steeds niet eten. 😦
Ik heb haar op de schoot genomen en ik ben bij haar op m’n knieën voor haar eetbakje gaan zitten. Ik heb haar geaaid en lieve woordjes in haar oor gefluisterd. Ik heb haar vermanend toegesproken…
Niets hielp.
Ettelijke grammen aan onaangeroerd kattenvoer heb ik in de vuilnisemmer moeten gooien. Dan toch maar geprobeerd om anti-stress drupjes in haar drinkwater te doen. Toen wou ze ook niet meer drinken.
Teneinde raad en na een tip van Magda om zelf iets klaar te stomen, ben ik gisterenmorgen bij de poelier kippenlevertje gaan halen. Ik heb de levertjes gekookt in een zachte groentebouillon, ze daarna gemixt en er wat gekookte rijst aan toegevoegd. Hier was ze vroeger verlekkerd op, maar het was al een hele tijd geleden dat ik dit nog voor haar had klaargemaakt.
Nadat ik het geheel had laten afkoelen serveerde ik de bereiding in haar kommetje. Op hoop van zegen. En ja, het scheen te lukken. Weliswaar “met mondjesmaat” heeft gisteren een beetje gegeten, Het was nog niet veel, maar het was een begin.
Deze morgen heeft ze warempel enkele knapperige brokjes naar binnen gespeeld.
En dat op Werelddierendag ! Hallelujah !
De rest van de anti-stress drupjes heb ik zelf ingenomen.
cat-1484725_960_720

Katten-leed.

Onze kat Anja verkeerd momenteel in een precaire situatie. Sinds haar moeder Lucie er niet meer is ~ zij overleed op 20 september ~ heeft Anja last van stress. Erger nog, ze wil niks meer eten.
Vanaf haar geboorte was Anja constant bij haar moeder. Twaalf jaar lang waren de twee katten steeds samen. De band die moeder en dochter-kat hadden, is bijna abnormaal te noemen. Onze dierenarts heeft zich daar vroeger menige keren over verbaasd.
Het was ook zo dat de katten altijd op hetzelfde tijdstip aten, zij het elk uit hun eigen kommetje. Moeder Lucie begon steeds als eerste te eten en dat was voor Anja het signaal om ook aan haar maaltijd te beginnen. Maar nu Lucie er niet meer is loopt Anja helemaal verloren en wil ze niets meer eten, ook niet van haar lievelingsmerk Sheba.

Intussen is ze een drietal dagen in observatie geweest bij de dierenarts. Daar kreeg ze gedwongen voeding en werd ze van kop tot teen onderzocht. Maar de dierenarts kon geen enkele lichamelijke kwaal bij haar vaststellen. Anja is zo gezond als een vis. Het probleem zit ‘m in haar hoofd. Anti-depressiva, via drupjes in haar drinkwater (want drinken doet ze nog wel), is volgens de dierenarts het enige wat misschien zou kunnen helpen. Maar voor we daarmee beginnen proberen we verder, met veel geduld en liefde, Anja opnieuw aan het eten te krijgen. Da’s hoognodig, want ze vermagerd zienderogen.
Hier in huis steekt de Feliway (feromonen-verdamper) 24 op 24 uren in het stopcontact. We kunnen alleen maar hopen dat Anja gauw over het gemis van haar moeder heen komt.

Anja + Lucie 010 (2)

Deze foto’s werden genomen in betere katten-tijden.

thuis2 002 (2)