Tournai. (4/4)

Mijn vriend en ik hadden de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Doornik verlaten en wandelden langs de zijgevels van de kerk voorbij een monument dat een tafereel uit een schilderij van Rogier van der Weyden uitbeeldt.
Rogier van der Weyden werd hier in Doornik geboren in het jaar 1399. Hij was een kunstschilder die gerekend wordt tot de school der Vlaamse Primitieven.

DSC_0065

Zo kwamen we weer op het marktplein terecht waar intussen nog veel meer volk was toegestroomd om carnaval te vieren.

DSC_0075

We hadden hier op de Grote Markt heel graag nog de prachtige romaanse Sint-Kwintenskerk bezocht, die evenzeer de moeite waard is om te bezoeken. Maar door al het feestgedruis op het marktplein leek het ons een onmogelijke opdracht om met een rolstoel door de menigte te laveren.
Een stadsbezoek ligt voor de mensen met een lichamelijke beperking sowieso niet voor de hand. Hoge stoepranden en dorpels vormen voor hen vaak haast onoverkomelijke obstakels. Toiletten bevinden zich dikwijls op bovenverdiepingen of in kelders, enkel bereikbaar via een steile trap. Nu ik geregeld met mijn vriend op stap ga, beseft ik pas hoe moeilijk het vaak is voor mensen met een handicap. Hoewel er de laatste jaren heel wat inspanning worden geleverd om deze mensen tegemoet te komen, is er op dat vlak nog veel werk aan de winkel.

Wij besloten om terug te keren naar de plaats waar we auto hadden achtergelaten. Die terugtocht verliep evenmin vlekkeloos en we slaakten een zucht van verlichting toen we uiteindelijk in de wagen zaten. We reden terug naar het stadspark, waar de oude Sint-Maartensabdij gevestigd was.

DSC_0123

DSC_0096

Hier bevond zich het natuurhistorisch museum waar we al eerder op de dag waren geweest. Maar er was in deze buurt nog wel meer te zien, zoals het gebouw waarin het Museum voor Schone Kunsten was ondergebracht en dat ontworpen werd door Victor Horta. Dit museum schijnt een absolute aanrader te zijn, maar was helaas reeds gesloten toen wij eraan kwamen.

DSC_0128

We reden dan nog wat doelloos rond in de stad, onder meer langs het  stationsplein, waar enkele fraaie monumenten onze aandacht trokken.

DSC_0131

DSC_0133

En zo kwamen we uit bij de historische “Pont des Trous“, letterlijk vertaald : “De Gatenbrug“.

DSC_0135

De brug werd gebouwd op het einde van de 13de eeuw en maakte deel uit van de stadswal van Doornik en was oorspronkelijk een militaire vestiging (met schietgaten), ter verdediging van de stad. In de loop der eeuwen werd de brug wel enkele keren verbouwd en in 1847 werd het dak boven de galerij verwijderd.

Pont_des_Trous,_Doornik

Helaas zal binnenkort deze Pont des Trous worden afgebroken. De brug is niet langer geschikt voor de moderne binnenvaart. Schepen met een groter debiet kunnen niet onder de brug door.
De plannen van de Waalse minister van Openbare Werken hebben in erfgoedmiddens grote commotie doen ontstaan. Logisch, want door de afbraak ervan zal zowat de laatste middeleeuwse rivierbrug in ons land voorgoed verdwijnen.

DSC_0137 (2)

Mijn vriend en ik verlieten Doornik met gemengde gevoelens. We hadden wel genoten van onze uitstap, maar de ontoegankelijkheid van de stad voor minder valide mensen had ons parten gespeeld, waardoor we lang niet alles hadden gezien, wat we hadden willen zien. Niettemin waren we vast besloten om deze trip later nog eens over te doen.
Maar dan wel op een dag waarop er geen carnaval wordt gevierd.

 

Tournai. (2/4)

Mijn vriend en ik zaten dus gezellig te verpozen op een terras aan de Grote Markt van Doornik. Hij genoot van een frisse cola en ik had me een grote pint bier besteld, hoewel ik zelden of nooit alcohol drink. Maar ik had het verdiend na al het geduw aan de rolstoel over de slechte kasseien van de stad.
We hadden uitzicht op het standbeeld van Christine Van Lalaing, die het bevel voerde over de verdediging van de stad tijdens het Beleg van Doornik in 1581 door de Spaanse overheerser. Een of andere snoodaard had over het beeld een opzichtig goudkleurig kleed gedrappeerd.
Aan de andere kant van het plein keken we uit op de fraaie Lakenhal van Doornik.

DSC_0017

De oorspronkelijke Lakenhal van Doornik was opgetrokken in hout en dateerde uit de 13de eeuw, maar werd omstreeks 1605 weggeblazen door een storm. De huidige Lakenhal werd vijf jaar later gebouwd in een ietwat eclectische stijl van renaissance en barok. In 1998 werd het gebouw volledig gerestaureerd.
Terwijl wij daar zo zaten te genieten kwamen er steeds meer vreemd uitgedoste mensen opdagen.

DSC_0020

Stilaan begon het ons te dagen. Het was carnaval in Doornik. Vrij laat, als je het mij vraagt. Het was reeds 31 maart, halfvasten. Maar misschien vieren ze in Doornik wel het hele jaar door carnaval ?
Hoe dan ook, er verschenen steeds meer gek uitgedoste mensen op het marktplein.

DSC_0026

DSC_0030

DSC_0031

DSC_0087

DSC_0082

Het is best leuk als iedereen zich verkleed voor carnaval. Maar dat men ook ieder beeldhouwwerk in de stad een carnavalsplunje had aangemeten, vonden wij toch maar sneu.
We waren anders niet naar hier gekomen om carnaval te vieren. Tijd om onze tocht verder te zetten. Het eerstvolgende wat er op ons programma stond, was een bezoek aan de eeuwenoude Notre-Dame kathedraal. De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Doornik is een pelgrimsoord en ligt aan de route naar Santiago de Compostela. Deze allergrootste kerk van België, die opvalt door de vijf majestueuze torens er bovenop, werd ingeschreven op de werelderfgoedlijst van Unesco en dus wilden wij ze wel eens zien. Ver hoefden we daarvoor niet meer te stappen. De kerk bevond zich net achter de hoek.

DSC_0040

(wordt vervolgd)

Tournai. (1/4)

Na ons bezoek aan het natuurhistorisch museum in Doornik (Tournai) besloten mijn vriend en ik ~ nu we toch in deze oude stad aan de Schelde waren ~ om nog een kleine stadswandeling te maken. Al was dat niet zo vanzelfsprekend. Mijn vriend, die een verlamming aan de benen heeft, had in het museum  de rollator gebruikt, waarmee hij zich min of meer kan voort bewegen. Maar voor een stadswandeling hadden we gelukkig ook de rolstoel bij. We zouden de auto parkeren op de Grote Markt van Doornik en van daaruit konden we gemakkelijk alle bezienswaardigheden in de stad met de rolstoel bereiken.
Dat was het plan. Maar er was iets aan de hand in Doornik. Aanvankelijk wisten we niet wat er gaande was. Het stadscentrum was volledig afgesloten voor alle verkeer. We konden niet anders dan de wagen achterlaten op een parking net buiten het centrum, achter het ronde concertgebouw.

DSC_0090

We zagen in de verte de schitterende torens van de kathedraal pronken, dus kon het centrum niet zo heel ver van hier zijn. En dat was het ook niet. Alleen ging de weg er naartoe lichtjes bergop en lag het voetpad er erbarmelijk bij, vol met bulten en putten, waarin de wielen van de rolwagen voortdurend klem geraakten. Als je op een dergelijk parcours iemand van om en bij de 90 kg moet voortduwen in een rolstoel, terwijl je zelf met een “frozen shoulder” en een kaduke rug opgezadeld zit, dan barst het klamme zweet je uit.

DSC_0003

Het werd een calvarietocht naar de grote markt toe. (Ik moet mijn vriend er toch eens van overtuigen om zich een elektrische rolwagen aan te schaffen).
Terwijl we langs de gebouwen van het concertgebouw zeulden viel het ons op dat de mooie beeldjes die op het gebouw zijn geplaatst allemaal getooid waren met een of andere idiote muts. We begrepen er niets van.

DSC_0006

En toen stonden we plots voor het Belfort. Doornik is één van de oudste steden van ons land. Het bestond al in de Romeinse tijd en kwam rond het jaar 432 in Frankische handen. Onder de koningen Childerik en Clovis werd Doornik de hoofdstad van het Frankische rijk.  Van dat rijk was al lang geen sprake meer toen in de 12de eeuw dit Belfort werd gebouwd, op dezelfde plaats waar eerder een Romeinse omwallingstoren stond.

DSC_0009

We waren inmiddels op het marktplein aanbeland, waar we de eerste merkwaardig uitgedoste figuren opmerkten.

DSC_0010

Het grote marktplein lag er zonovergoten bij en de talrijke terrasjes nodigden ons uit voor om even te gaan zitten. Door al het geduw met de rolstoel stikte ik inmiddels van de dorst. Tijd om even op adem te komen.

DSC_0012

We namen plaats aan een tafeltje op een terras nabij het standbeeld van Christine Van Lalaing, een edelvrouw die een uitzonderlijk rol heeft gespeeld in het Beleg van Doornik in 1581. In normale omstandigheden ziet het beeld er zo uit.

800px-Statue_de_Christine_de_Lalaing,_Princesse_d'Espinoy

Maar toen wij vanop onze plaats naar het beeld keken geloofden we onze ogen niet. Iemand had deze edelvrouw in een belachelijk goudkleurig kleed gestoken en van een raar hoofddeksel voorzien. Hadden ze hier in Doornik allemaal een slag van de molen gekregen ?

DSC_0014-horz

(wordt vervolgd)

Borgwal. (2/2)

Wat verder in het kasteeldomein Borgwal troffen wij het neerhof aan en op de binnenplaats van deze kasteelhoeve vonden wij datgene waarvoor wij naar hier waren gekomen : de oude duiventoren.

DSC_0003

De toren dateert uit de tweede helft van de 19e eeuw. Ooit vonden meer dan drieduizend duiven een onderdak in deze duiventil. De benedenverdieping deed dienst als graanschuur.

DSC_0005-horz

Wat verder kwamen we bij de aanlegkade. Hier kon men vroeger in een bootje stappen en de kasteelvijver opvaren.

DSC_0011

We wandelden verder langs de kasteelvijver en kwamen zo bij de meest merkwaardige bezienswaardigheid in dit kasteelpark : de eeuwenoude platanen (zie ook foto boven). Deze grillige en kronkelende bomenrij is reeds meer dan drie eeuwen oud en behoorlijk indrukwekkend om te aanschouwen.

DSC_0013

DSC_0015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De neerhoeve, de koetshuizen en de paviljoenen aan het staatsieplein zijn thans omgebouwd tot wooneenheden voor mensen met een verstandelijke beperking. De Broeders van Liefde hebben het hele kasteeldomein omgevormd tot een tehuis voor personen met een mentale handicap. Onder begeleiding van gespecialiseerde mensen kunnen zij hier gebruik maken alle mogelijke faciliteiten die hen het leven aangenamer kan maken.

DSC_0007

Aan de 1700 meter lange omheiningsmuur rondom het kasteeldomein is een 19e eeuwse neogotsiche kapel gebouwd. Langsheen deze lange muur verlieten we het domein en reden we in de richting van het Scheldedorp Baaigem.
Maar dat is iets voor een volgend logje.

DSC_0034

Een huis vol erfgoed.

scannen0001__largeDe Erfgoedcel Leie en Schelde heeft haar vaste stek in het huis Gentiel De Smet in de Tolpoortstraat in Deinze.
Het huis werd gebouwd in 1934. Het was het ouderlijk huis van Gentiel De Smet die er na de dood van z’n ouders zijn hele leven als vrijgezel bleef wonen. Gentiel De Smet was lid van diverse geschiedkundige en culturele verenigingen en  verzamelde tijdens zijn leven een rijk archief aan heemkundige foto’s, documenten en voorwerpen.

 

Gentiel De Smet overleed in 2003 op 82-jarige leeftijd. Het huis is intussen door de stad Deinze aangekocht, gerenoveerd en beschermd, maar ademt nog steeds de sfeer uit van de jaren ’30, met Art Deco elementen ontworpen door kunstenaar Albert Saverys. De keuken, de vloertegels en de meeste meubelen zijn nog in hun oorspronkelijke staat. De gebruiksvoorwerpen die in het huis aanwezig zijn behoorden toe aan Gentiel De Smet.
Thans is de Erfgoedcel Leie en Schelde er dus gehuisvest. Ik loop er af en toe eens binnen in mijn hoedanigheid als vrijwilliger. Toen ik onlangs in het huis was, kreeg ik de kans om er enkele foto’s te nemen.

DSC_0035

DSC_0010

DSC_0009

DSC_0013

DSC_0039

DSC_0015-horz

De kamers op de bovenverdieping worden thans door de erfgoedcel als werk- en vergaderruimtes gebruikt.

DSC_0019

DSC_0021

DSC_0022

DSC_0023

DSC_0025

Flanders Field American Cemetery.

Na nauwelijks twintig minuutjes stappen bereik je vanuit het bezoekerscentrum HIPPO.WAR in Waregem, het “Flanders Field American Cemetery”. Dit is de enige Amerikaanse begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog in België.
368 gesneuvelde Amerikaanse soldaten vonden hier hun laatste rustplaats.
De begraafplaats is 2,4 hectare groot. Centraal staat een gedenkkapel waar binnenin de namen van de 43 Amerikaanse soldaten gebeiteld staan, wiens stoffelijke resten nooit zijn gevonden.

DSC_0038-horz

DSC_0036

Aan elke kant van het centrale vierkant liggen vier identieke delen met elk 92 graven. Op de vier verlengden van de diagonalen bevinden zich cirkelvormige inhammen waar telkens een urne staat, die telkens één van de vier Amerikaanse divisies, die in ons land gestreden hebben, symboliseren.
Verder is het park netjes en verzorgd aangelegd met mooie doorkijkjes en netjes gemaaide gazonnen.

DSC_0033

DSC_0045

DSC_0048

DSC_0049

Maar het meest merkwaardige vond ik het mooie huis dat men aan de ingang van de begraafplaats aantreft. Tot vorig jaar deed dit huis enkel dienst als woning voor de Amerikaanse beheerder van de begraafplaats. Maar sinds enkele maanden is er in de aanbouw van het huis ook een bezoekerscentrum gevestigd dat aansluit bij HIPPO.WAR.

DSC_0057

DSC_0054

Op 26 maart 2014 bezocht de toenmalige Amerikaanse president Barack Obama dit kerkhof, tijdens een officieel bezoek aan ons land. Het provinciestadje Waregem stond toen helemaal op z’n kop.

DSC_0062

 

Schoolbezoek.

Anderhalve week geleden, bezocht ik, samen met iemand van de Erfgoedcel Leie-schelde, het kleuterschooltje in het Leie-dorp Grammene. We werden er door de kindjes en de juf heel hartelijk ontvangen. De speeltijd was net begonnen en wat de kindjes betrof mochten die twee “oude mensen” die op bezoek waren, gerust meespelen.
Dat hadden wij heel graag gedaan, maar we hadden jammer genoeg niet zoveel tijd. De reden van ons bezoek was van louter geschiedkundige aard.

DSC_0025

Omstreeks 1908 kocht de onderpastoor van Grammene, samen met de congregatie van de zusters Maricolen van Deinze, twee vervallen huisjes, een gesloten woning en een herberg in het centrum van Grammene. Ze verbouwden het geheel tot een schooltje, waar de nonnetjes onderwijs zouden aanbieden aan de kinderen van het dorp.

Nu, 110 jaar later, is het schooltje aan z’n laatste schooljaar bezig. Op 30 juni 2019 gaan de deuren hier onherroepelijk dicht. De gebouwen zijn hopeloos verouderd en voldoen niet meer aan de moderne normen en vereisten. Een renovatie zou teveel geld kosten. Dus moeten de juffen en de kindertjes volgend schooljaar verhuizen naar het naburig dorp Gottem. Daarna wordt dit schooltje gesloopt.
Voor het schooltje definitief verdwijnt, wilden de mensen van de Erfgoedcel er nog een verslag over maken voor het nageslacht. Ik was erbij om foto’s te nemen.

DSC_0020

DSC_0021

DSC_0015

DSC_0026