“Te Deinsewart”.(4/4)

Deinze_-_1641

WAT VOORAF GING
Nadat de opstandige boeren in 1325 tijdens de slag bij de Rekkelingebeek de Fransgezinde adel in het zand hadden doen bijten, besloten zij door te stoten naar Gent. Maar daar stuitten ze op het leger van de Franse koning. Aan de poorten van Gent kwam er op bloederige wijze een einde aan de opstand.
Toen 50 jaar later de Bruggelingen in aanvaring kwamen met de Gentse Witte Kaproenen, kwam het tot een regelrechte stadsoorlog tussen Brugge en Gent. Deinze kwam daarbij tussen twee vuren te zitten en werd door de Bruggelingen ingenomen. Dat kon Gent niet laten gebeuren en zette in 1381 een grootscheepse aanval in op de stad Deinze.

4

De Gentse aanval mislukte compleet. De Bruggelingen die de stad Deinze bezetten, hadden de laag gelegen meersen rondom de stad laten vollopen met water.  De aanval, die plaats had op 15 oktober 1381, gebeurde overigens in helse weersomstandigheden en eindigde voor de Gentenaars in een enorme chaos. Opnieuw dienden de Gentenaars zich terug te trekken en talrijke doden en gewonden achter te laten, waaronder hun leider Raes vande Voorde.

De Bruggelingen hadden de veldslag gewonnen, maar nog niet de oorlog. Om Gent tot overgave te dwingen had Lodewijk van Male de belangrijkste toegangswegen tot de stad afgegrendeld. Maar het Gentse leger, nu onder leiding van Filips van Artevelde (zoon van Jacob), slaagde erin om uit te breken en hun manschappen te verzamelen in het Beverhoutsveld in Beernem, nabij Brugge. Op 3 mei 1382 stonden Gentenaars en Bruggelingen daar tegenover elkaar. Volgens de overlevering stonden die van Brugge echter stomdronken op het slagveld en boden zij nauwelijks weerstand. De Gentenaars versloegen de Bruggelingen en slaagden erin om nog dezelfde dag de stad Brugge te bezetten.

slag-op-het-beverhoutsveld

De slag bij het Beverhoutsveld

In augustus van datzelfde jaar keerden ze met een grote legermacht terug naar Deinze. De stad werd ingenomen en geplunderd. Er werd gemoord, gebrand en verkracht. De hele stad werd verwoest. Alle middeleeuwse gebouwen van Deinze werden met de grond gelijk gemaakt. Het Grafelijk kasteel met Prinsenhof, de Hallepoort met belfort, de Onze-lieve-Vrouwekerk, het Sint-Blasius hospitaal, het begijnhof, niets bleef gespaard. De Gentenaars lieten één grote puinhoop achter.
In de loop van de 15e eeuw kwam er nog meer gedonder met de “Witte Kaproenen” en dan kreeg de stad ook nog eens de “beeldenstormers” op bezoek. Dat leidde telkens weer tot vernielingen en rampspoed.

***

In de 16e eeuw was het heropgebouwde Deinze uitgegroeid tot een protestants bolwerk. In 1579 sloot  het stadsbestuur zich aan bij de Gentse Calvinisten. Samen namen ze het op tegen de Spaanse overheersers van die tijd.
Maar een jaar later werd Deinze onder de voet gelopen door de Franse Hugenoten. Hoewel deze Franse Calvinisten bondgenoten waren in de strijd tegen de Spanjaarden, hielden ze toch lelijk huis in de stad Deinze. De stad werd alweer beroofd en bestolen. Heel wat bewoners van de stad werden gevangen genomen, mishandeld of vermoord. Niets bleef overeind staan en in de omgeving ging de ene boerderij na de andere in de vlammen op.
In 1590 verleende de Spaanse koning de inwoners van de stad Deinze vrijstelling van belasting. Dat was niet omdat hij  Deinze zo genegen was, maar wel omdat er haast niemand meer aanwezig was in de stad bij wie hij die belastingen kon innen. Het oorlogsgeweld en de vele moorden en plunderingen moe, waren de inwoners gevlucht naar het noorden en lieten een spookstad achter.
Sommigen Deinzenaars zetten koers naar het westen, naar “de nieuwe wereld” en vestigden zich uiteindelijk in “Nieuw Amsterdam” (het huidige New York).
Pas laat in de 17e eeuw zou de stad Deinze terug heropbloeien.

Holpoort

De verdwenen “Holpoort” in Deinze. (Ets van J. van de Kerkhove -1874)


Geraadpleegde bronnen :
“Geschiedenis van Deinze en ’t Land van Nevele” door Stefaan De Groote m.m.v. Dennis Pieters, uitgegeven door Skribis.
Wikipedia
historiek.net
erfgoedinzicht.be

“Te Deinsewart.” (3/4)

Deinze_-_1641

WAT VOORAF GING
Toen de Vlaamse boeren in opstand kwamen tegen de graaf van Vlaanderen en de koning van Frankrijk, rukte een adellijk leger op naar Deinze waar het rebellerend boerenleger, onder leiding van Deinzenaar Gossijn Van Hoodeghem, hen opwachtte. Er werd een bloedige veldslag geleverd tussen de adel en het gewone volk, waarbij de opstandelingen onverwachte hulp kregen van een oom van de graaf van Vlaanderen. Door het toedoen van het leger van Robrecht van Kassel verloor de Gentse adel de strijd en sneuvelde hun leider Willem Wenemaer. De Gentenaars dropen af, maar zinden op wraak.

3

De opstandige boeren juichten, aan de Rekkelingebeek in Deinze, toen het leger van de Gentse edellieden de aftocht bliezen.
In de roes van de overwinning besloten de rebellen om met hun leger door te stoten naar Gent.

Maar dat was een kapitale fout. Aan de poorten van Gent had de Franse koning intussen een indrukwekkend aantal manschappen en middelen verzameld. Net buiten de stadsgrenzen van Gent werd er opnieuw hevig gevochten. Maar dit keer verloor het boerenleger het overwicht en deze misrekening kwam hen duur te staan. Uiteindelijk werd de Vlaamse opstand dan toch op bloedige wijze in de kiem gesmoord.
Als vergelding voor hun nederlaag  in Deinze en de dood van hun leider Willem Wenemaer namen de Gentenaars alle rebellenleiders gevangen. Zij werden later op gruwelijke wijze terecht gesteld. Deinzenaar Gossijn Van Hoodeghem werd levend geradbraakt in Damme.
Daarna trokken de Gentenaars weer Deinzewaarts. De stad werd ingenomen, huizen in brand gestoken, vrouwen verkracht en mannen afgevoerd. De oorkonden van de stad werden in het vuur gegooid.
De opstand was gebroken. Edellieden en ridders vierden feest aan de rijk gevulde tafels in hun kastelen. De boeren keerden terug naar hun land.

***

Vijftig jaar later, in 1379, wilden de Bruggelingen een kanaal graven tussen de stad Brugge en de Leie in Gent. Dat was echter niet naar de zin van de Gentenaars. De Witte Kaproenen, een soort korps dat in Gent de orde handhaafde en waarvan de leden een witte kaproen (een witte hoed of muts) droegen als herkenningsteken, saboteerden de graafwerken. Ze vielen de grondwerkers aan en beletten hen hun werk naar behoren te doen.

92b5f90e-270f-11e6-8c67-c4ade6223dac

Daar kwam alweer heibel van. Onderhandelingen mislukten en de hele zaak ontspoorde en ontaarde in een open burgeroorlog tussen Brugge en Gent.
Deinze, dat toen onder het bewind stond van de Gentenaars, kwam tussen twee vuren te liggen. De Bruggelingen hadden zich voorgenomen om Deinze te veroveren op de Gentenaars. Bij de gevechten die daarop volgden liep de stad Deinze weer heel wat averij op. Uiteindelijk werd Deinze door de Bruggelingen bezet.
Graaf Lodewijk van Male, die de Bruggelingen steunde, liet de stad heropbouwen en versterken. Maar dat werd door de Gentenaars opgevat als een regelrechte provocatie. Zij waren bovendien de vernedering bij de Rekkelingebeek nog lang niet vergeten. Ze zouden dit keer korte metten maken met dat vervelend provinciestadje.
In de maand oktober van het jaar 1381 was een grootscheepse aanval van de Gentenaars op til, met als doel de stad Deinze compleet te vernietigen.


(Wordt volgende week vervolgd)

Geraadpleegde bron : “Geschiedenis van Deinze en ’t Land van Nevele” door Stefaan De Groote m.m.v. Dennis Pieters, uitgegeven door Skribis.

“Te Deinsewart.”(2/4)

Deinze_-_1641

WAT VOORAF GING
In 1323 kwamen de Vlaamse boeren in opstand tegen de Franse koning en de graaf van Vlaanderen. Er werd een heus boerenleger opgericht en na heel wat schermutselingen, waarbij de graaf van Vlaanderen zwaar vernederd werd, rukte een leger onder leiding van de Gentse Patriciër Willem Wenemaer, vanuit Gent op naar Deinze om aldaar de boerenopstand in de kiem te smoren. Op de ochtend van 15 juli 1325 stonden beide legers tegenover elkaar in de Leiemeersen, vlakbij de Rekkelingebeek.

2

De slag was hevig. Het leek er algauw op dat het rebellenleger onder leiding van Deinzenaar Gossijn Van Hoodeghem het onderspit zou delven. Ze hadden geen schijn van kans tegen het geoefend leger van de Fransgezinde adellijke Gentenaars.
Tot plots de kansen keerden toen een nieuwe bondgenoot de rebellen ter hulp kwam. Robrecht van Kassel, een oom van de graaf van Vlaanderen, die heel graag zelf aan de macht wilde komen, had de kant van de opstandelingen gekozen en bracht versterking met verse troepen die de Gentenaars langs de andere kant van de Rekkelingebeek bestormden.

Willem Wenemaer

De adellijke elite en de Gentenaars zaten in de tang. De strijd was ongemeen hard. De Rekkelingebeek kleurde rood van het bloed. Het aantal slachtoffers is niet bekend, maar wellicht lieten duizenden mannen het leven op dit slagveld. De 19de-eeuwse historicus Kervyn De Lettenhove vermeldde later dat ook de Gentse leider Willem Wenemaer en heel wat leden van belangrijke Gentse patriciërsfamilies sneuvelden aan de Rekkelinge.
Het Gentse leger beet uiteindelijk in het zand en moest zich terugtrekken. Voor de eerste keer in de geschiedenis had het Vlaamse gewone volk de adel verslagen.
Maar daarmee was de kous niet af. De Gentenaars zouden het hier niet bij laten. Zij konden hun nederlaag maar moeilijk verteren en zinden op wraak.
Dat blijkt ook uit een heldendicht uit 1840 waarin Deinzenaar Augustin D’Huygelaere deze historische veldslag uit de vergetelheid haalde. Hij schreef  :
“De Gentenaars zouden weer te Deinsewart omme Deinse te verberne”…
De Gentenaars zouden terug Deinzewaarts keren om Deinze in brand te steken.


Wordt volgende week vervolgd.

Geraadpleegde bron : “Geschiedenis van Deinze en ’t Land van Nevele” door Stefaan De Groote m.m.v. Dennis Pieters, uitgegeven door Skribis.
Illustraties : Wikipedia / Flandria illustrata

“Te Deinsewart.”(1/4)

Deinze_-_1641

1

Het begon allemaal toen de Vlaamse boeren in opstand kwamen. Zij waren de dwingelandij grondig beu. Ze werkten zich uit de naad op het land om daarna de opbrengst bijna volledig te moeten afstaan aan de feodale kasteelheren of aan de abdijoversten, terwijl ze zelf in armoede leefden.
We schrijven het jaar 1323. De boeren aan de kust hadden zich gegroepeerd en een heus boerenleger opgericht, waar ook andere gilden van werkers en ambachtslui zich bij aansloten. De rebellie richtte zich vooral tegen de Franse koning en tegen Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. De Vlaamse adel had na de Guldensporenslag opnieuw de zijde gekozen van de Fransen en Lodewijk van Male was zelfs opgevoed aan het Parijse hof. Het gemor en de ontevredenheid onder het gewone volk was bijzonder groot.
Men voelde meteen : daar zou heibel van komen !

Lodewijk van Male

De onlusten breidden uit en kwamen in een stroomversnelling toen soldaten van de graaf van Vlaanderen de Overleie in Kortrijk in brand staken. Dat terwijl de slag op het Groeningheveld wellicht nog vers in het geheugen lag.
Baljuw Goossijn Van Hoodeghem uit Deinze (toen nog Deinse) sloot zich aan bij de rebellen en nam de leiding over een groep opstandelingen uit de Leiestreek. Om de graaf van Vlaanderen een lesje te leren, doodden ze enkele edelmannen uit de entourage van de graaf. Meer nog : ze slaagden erin om de graaf zelf, achterstevoren op een ezel, naar Brugge te voeren en daar gevangen te houden.
Maar de Frans gezinden, die nog de steun hadden van de Gentse adel, wilden kost wat kost de opstand in de kiem smoren en zouden aan het provinciestadje, dat het had gewaagd om zich tegen hen te keren, tonen wie de baas was. Onder leiding van de Gentse patriciër Willem Wenemaer rukten ze met hun leger op naar Deinze. Maar daar werden ze opgewacht door het boerenleger.
Op de ochtend van 15 juli 1325 stonden in de Leiemeersen, vlakbij de Rekkelingebeek, duizenden gewapende mannen grimmig tegenover elkaar.


(volgende week het vervolg)

Geraadpleegde bron : “Geschiedenis van Deinze en ’t Land van Nevele” door Stefaan De Groote m.m.v. Dennis Pieters, uitgegeven door Skribis.
Illustraties : Wikipedia / Flandria Illustrata (universiteitsbibliotheek Gent).