Weesmeisjes.

decorative-1221446 - kopie (2)Naar aanleiding van de tentoonstelling die momenteel loopt in het Mudel (Museum van Deinze) over de geschiedenis van de Zusters Maricolen en de belangrijke sociale rol die ze door de eeuwen heen in de Leiestreek hebben vervuld, postte ik op mijn omfloerste verhalen-site een verhaal over de weeshuizen in Gent waar, aan het begin van de 19 de eeuw, de weesmeisjes het al te bont maakten, maar door de nonnetjes weer op het rechte en vrome pad werden gebracht.
Via deze LINK kom je vanzelf bij de historie “van Rode lijvekens en Blauwe meiskens“.

Taak volbracht.

Baasrode-Dendermonde 114Op 24 juli 1663 trok begijn Anna Puttemans de deur van haar huisje in het begijnhof van Dendermonde achter zich dicht om er nooit meer terug te keren. Ze verhuisde naar een andere plek in Dendermonde, samen met nog vijf andere vrouwen. Daar vormden ze een nieuwe gemeenschap, die in armoede leefde en streefde naar een christelijke volmaaktheid. In Dendermonde noemden men hen spottend de “marollekens”.
Op vraag van het bisdom van Gent verhuisden ze daarna naar de wijk “Ekkergem” in Gent, waar ze een nieuwe kloostergemeenschap stichtten. De naam “marollekens” werd officiëel “Zusters Maricolen”.
Vanaf 1798 namen de zusters de zorg op zich van het Gentse weeshuis. Genoemd naar de klederdracht van de weesmeisjes, waren de “Rode lijvekens en de Blauwe meisjes” een begrip in Gent. Vanaf dan zouden de Maricolen zich wijden aan de katholieke opvoeding van de jeugd. 

In 1864 werden ze echter door het liberale Gentse stadsbestuur uit de instellingen verdreven. Toen vestigden de Maricolen zich in het oud Blasiusklooster aan de Kaaistraat in Deinze. Van daaruit groeide de religieuze gemeenschap uit tot een volwaardige congregatie die zich toelegde op de opvoeding van de jeugd en de zorg voor ouderen en wezen. Ze bouwden in verscheidene gemeenten van de Leie- en Denderstreek scholen en rustoorden. Gedurende tweehonderd jaar hebben de Zusters Maricolen in Vlaanderen hun stempel gedrukt op het onderwijs en de zorg voor ouderen.

st.blasius 1925

Vandaag is er nog één zuster van de Maricolen in leven. Zij is hoog bejaard, verblijft in een woonzorgcentrum en leidt aan dimensie. Na haar zal de congregatie van de Maricolen voorgoed verdwijnen. De zusters hebben hun taak volbracht.

ScanVanaf morgen loopt in het Museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel) een thema-tentoonstelling onder de titel Deo Gratias, het einde van een tijdperk. Daarin wordt een unieke blik geboden op het leven van alledag van de zusters, dat zich voor een groot deel achter gesloten deuren afspeelde. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de rijke geschiedenis van de congregatie en de sociale rol die ze hebben gespeeld.
Aan de hand van authentieke foto’s, geschriften, kloostervoorwerpen en persoonlijke bezittingen van de zusters wordt een belangrijk stuk religieus erfgoed uit de regio opnieuw tot leven geroepen.

Het boek
Naar aanleiding van de tentoonstelling verschijnt onder dezelfde titel ook een lijvig en fraai geïllustreerd boek, dat de historiek brengt van de Zusters Maricolen vanaf de stichting in 1663 tot het einde van de congregatie in 2018. Het is een document over 350 jaar religieuze en sociale geschiedenis.

Zelf heb ik een, weliswaar bescheiden, bijdrage aan dit boek kunnen leveren toen ik in het voorjaar van 2018, in opdracht van de erfgoedcel Leie & Schelde, foto’s ben gaan nemen in de oude Blasiuskapel in Deinze. Een aantal van deze foto’s zijn in het boek opgenomen.

boek

  • Het boek is uitgegeven door de Werkgroep Maricolen 1663-2018.
  • De tentoonstelling in het museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel) loopt vanaf 16 februari tot 28 april 2019.

Bronnen :
Museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel)
Werkgroep Maricolen 1663-2018
Pols – Erfgoedcel Leie Schelde
Erfgoedinzicht.be

Geeraard de Duivel.

visitreeks02-dt003770

Het Geeraard de Duivelsteen, is het alom bekend mysterieus kasteel uit de 13e eeuw, gelegen aan de Reep in Gent. Maar wie was die Geeraard de Duivel ?
Hij heette eigenlijk Geeraard Vilain. Hij was de tweede zoon van Zegger III, de burggraaf van Gent. Bij het overlijden van zijn vader in 1227 erfde hij het steen aan de Reep.
Omstreeks 1225 huwde hij met Margareta van Saint-Pol die hem een een zoon schonk, Geeraard Junior.
Margareta stierf reeds op 19-jarige leeftijd en werd begraven in de Sint-Janskerk, de huidige Sint-Baafskathedraal. Omstreeks 1230 huwde Geeraard Vilain opnieuw met Elisabeth van Slote, dochter van een rijke Gentse lakenhandelaar. Dit huwelijk bleef echter kinderloos. Geeraard Vilain stierf omstreeks 1275 en werd eveneens bijgezet in de Sint-Janskerk.

Tot zover de historische feiten. Maar in Gent en de Leiestreek kent men Geeraard de Duivel vooral van een eeuwenoud volksverhaal dat nog steeds de ronde doet. Het is het verhaal van een zeer boosaardige vader en zijn al even boosaardige zoon.
De legende van Geeraard de Duivel heb ik naverteld op mijn “omfloerste histories-site”. Het duivelse verhaal kunnen jullie lezen door HIER te klikken.

 

1280px-geraarddeduiveljosephvanhaerde19e-eeuw_7-10-2009_14-44-48.nef (2)

Foto boven: crypte van de Sint-Baafskathedraal in Gent.

Het laatste offensief.

Bijna honderd jaar geleden, op 11 november 1918, werd de wapenstilstand ondertekend en was de Eerste Wereldoorlog afgelopen. Maar in de maand daarvoor werd nog hevig strijd geleverd. In België kreeg de Leiestreek het toen hard te verduren. Net zoals daarvoor aan het Ijzerfront, dreigde de oorlog aan de Leie helemaal vast te geraken. Van halfweg oktober tot 11 november 1918 haalde het oorlogsgeweld nog eens verwoestend uit en nog talrijke mensen verloren aan het einde van de oorlog het leven.
Ik heb geprobeerd om het verhaal over wat er zich tijdens dat laatste offensief zoal heeft afgespeeld in onze contreien, bondig na te vertellen op mijn omfloerste verhalensite. Geïnteresseerden komen daar het snelst door HIER te klikken.

DSC_0027 - kopie - kopie

November.

Voor veel mensen is november de maand waarin de doden worden herdacht, alsook de gruwelijke slachtpartijen uit de Eerste en tweede Wereldoorlog.
In de volksweerkunde wordt de maand november ook omschreven als de slachtmaand, de bloedmaand of de nevelmaand. 

In de middeleeuwen hadden de boeren het recht om in november hun varkens in het bos de eikels en beukennootjes te laten opeten. Men noemde dat het “akeren”. Normaal was alles wat in het bos groeide eigendom van de kasteelheer maar het was een traditie dat de boeren hun varkens het woud mochten insturen voor de eikeloogst.
Dit thema werd dikwijls afgebeeld in middeleeuwse miniaturen en glasramen.
Een dergelijke afbeelding is te zien in “Les Très Riches Heures du duc de Berry”  (“De zeer rijke uren van de hertog van Berry”). Dit is een rijk geïllustreerd getijdenboek, dat werd vervaardigd rond 1410 in opdracht van hertog Jan van Berry. Het boek wordt aanzien als één van de mooiste middeleeuwse manuscripten uit Frankrijk. Het wordt bewaard in het kasteel van Chantilly, ten noorden van Parijs.
Getijdenboeken waren gebedenboeken voor leken, geënt op het door monniken gebruikte brevier. De gebeden die erin stonden werden op vaste tijden van de dag uitgesproken en werden daarom getijden genoemd.
In dit getijdenboek staat een zwijnenhoeder centraal in de illustratie bij de maand november. Hij gooit een tak in de bomen, zodat de eikels omlaag vallen. Zijn hond houdt toezicht op het tafereel. Op de achtergrond zijn andere boeren in het bos te zien, die eveneens hun varkens hoeden.

800px-Les_Très_Riches_Heures_du_duc_de_Berry_novembre

Bron : Wikipedia

“The Yanks are coming”.

Op 31 oktober 1918 trokken Amerikaanse divisies door de Spitaalsbossen, in de omgeving van Waregem. Ondanks zware verliezen slaagden ze erin om op te rukken tot aan de hoogtes nabij kruishoutem.  Al snel werd het centrum van Kruishoutem en Wannegem-Lede ingenomen en werd ook het bezette Waregem bevrijd. De Duitsers boden uiteindelijk maar weinig weerstand. Op 2 november (negen dagen voor de wapenstilstand) lukte het de 37e Amerikaanse Divisie om de Schelde over te steken en de Duitse linie terug te drijven in de richting van Antwerpen en de Maas.

Over deze gebeurtenissen loopt in het bezoekerscentrum HIPPO.WAR in Waregem een tentoonstelling onder de titel “The Yanks are coming“.
Aan de hand van foto’s, film en allerhande authentieke voorwerpen krijgt men er een idee over de rol die de Amerikanen speelden tijdens het eindoffensief van de Eerste Wereldoorlog,

DSC_0013

DSC_0014

DSC_0016

Aansluitend op deze tentoonstelling kan men een bezoek brengen aan de Amerikaanse militaire begraafplaats in Waregem. Stoepnagels op de grond leiden je vanaf het bezoekerscentrum via de kortste weg naar de begraafplaats.
Daarover morgen nog iets meer.

achtergrond - kopie (5)

De tocht van 1918. (5/5)

1918De bevrijdingstocht ter herdenking van het eindoffensief van de Eerste Wereldoorlog, was begonnen in het West-Vlaamse Lo-Reninge en zou na ongeveer 140 kilometer eindigen in Deinze. Het was een karavaan van 150 deelnemers, allen in het tenue van 1918, aangevuld met 50 paarden en een historisch wapen- en wagenpark met artilleriestukken, veldkeukens, ambulances, staf- en logistieke wagens.

Er verschenen op het internet intussen reeds tientallen foto’s van de optocht. Om het verhaal een beetje beknopter te houden, heb ik dit verslag met één deeltje ingekort. In dit laatste deeltje dus, nog een impressie van de militaire parade aan de hand van mijn eigen foto’s.
De militaire colonne trok over de brug van het Schipdonkkanaal in de richting van Ooidonk, om daarna door te marcheren naar Deinze, waar op de Markt de tocht van 1918 eindigde.

DSC_0184

DSC_0186

DSC_0216

DSC_0029

DSC_0171

DSC_0176

DSC_0203

DSC_0205

DSC_0207

DSC_0214

DSC_0212

DSC_0201

DSC_0181

Op de markt van Deinze nam ik geen foto’s meer, omdat daar veel te veel enthousiaste toeschouwers in de weg stonden. Maar ik wil deze reeks graag besluiten met een foto van honderd jaar geleden toen een echte militaire colonne door onze stad trok.

Naamloos