Aan het “Veerse Gat”. (1/4)

Het wapenschild van Veere

Anderhalve maand geleden waren wij op weg naar de Nederlandse provincie Zeeland. We hielden er halt in het mooie plaatsje “Veere“. Dit historisch stadje, ten noordoosten van Middelburg, is idyllisch gelegen aan het Veerse Meer.
Het Veerse meer is een kunstmatig meer dat, in het kader van de Deltawerken, ontstond door de afdamming van het “Veerse Gat“, een zeegat tussen Noord-Beveland en Walcheren.
Het meer met brak water is 22 kilometer lang en op sommige plaatsen tot 1500 meter breed, door een dam afgesloten in het westen van de Noordzee en in het oosten van de Oosterschelde.
Reeds in de 13e eeuw was Veere een belangrijke vissershaven en sinds 1280 heeft dit stadje de status van markizaat. Ooit was Willem van Oranje markies van Veere. Thans draagt koning Willem-Alexander deze titel.

Na anderhalf uur rijden (stilstand door file inbegrepen) vanuit Gent, hadden wij de auto aan de rand van het stadje geparkeerd. We gingen meteen op verkenning. Aan de overkant van parking volgden we een grindpad dat ons tot aan de rand van het uitgestrekt Veerse meer bracht.

Het kronkelend grindpad volgde verder de curve van het meer tot aan de aanlegsteigers waar kleine vissersbootjes en enkele pleziervaartuigen lagen aangemeerd.

Zo kwamen we uiteindelijk bij de Campveerse Toren aan.

De Campveerse Toren maakte eertijds deel uit van de vestingwerken van Veere en werd waarschijnlijk gebouwd halverwege de 14e eeuw. De naam verwijst naar de middeleeuwse naam van dit stadje : “Campveer”. Van hieruit werd toen een veerdienst onderhouden. Vroeger stond recht tegenover deze toren de “Kruydtoren” waar buskruit werd opgeslagen. Maar die toren is op 26 februari 1630 door een grondverzakking in de diepe geul van het Veerse Gat verdwenen.

Vlak voor de Campveerse Toren heb je het nog resterende Zuiderhoofd van de vroegere vesting, waar twee kanonnen staan opgesteld. Deze kanonnen werden in Nederlands Oost-Indië gegoten en kwamen na heel wat omzwervingen in 1894 in Veere terecht. Het is niet helemaal duidelijk waar ze ooit hebben dienst gedaan. De kanonnen staan hier wellicht om een bepaalde sfeer te evoceren, maar hebben blijkbaar geen echte link met dit stadje.

Aan de andere kant van het Zuiderhoofd is de aanlegplaats van een rondvaartboot die de toeristen meeneemt op een tocht op het grote meer. Er stond een flinke rij wachtenden voor ons. Maar het liep rond het middaguur en wij hadden honger. We besloten om de boottocht te laten voor wat hij was.

Om de hoek, achter de Campveerse Toren was een gezellig pleintje waar zich enkele restaurantjes hebben gevestigd. Wij vleiden ons neer op een terrasje en genoten er van een grote pot Zeeuwse mosselen. Ze smaakten heerlijk.

Wordt vervolgd


Geraadpleegde bronnen :
“Veere, de eens zo machtige koopstad aan het Veerse Gat” door J.H. Midavaine
Wikipedia