Aan het “Veerse Gat”. (3/4)

We hadden het fraaie stadhuis van Veere achter ons gelaten en zetten onze wandeltocht doorheen het historisch stadje in de Nederlandse provincie Zeeland verder. Zo kwamen we wat verder bij de cisterne. Op het eerste gezicht oogde dit gebouwtje niet zo bijzonder, maar dat is het eigenlijk wél. Dit gebouwtje is zelfs redelijk uniek in de wereld.
Het achtkantig torentje, gebouwd in 1551, omsluit een diepe waterput. Het werd gebouwd op last van Maximiliaan van Bourgondië, die aan de Schotse wolhandelaars beloofd had om hen voldoende te voorzien van drinkwater en spoelwater voor de wol. De schotten werden in Veere echt wel in de watten gelegd, of beter gezegd “in de wol”.


De put zelf werd reeds in 1543 gegraven. Het water in de put is afkomstig van het dak van de kerk die wat verderop staat en wordt door ondergrondse loden buizen naar deze cisterne overgebracht. Voor die tijd een hele krachttoer.
Ene Hans van Buiten ontwierp in 1557 een instrument om het regenwater te zuiveren. Rond de waterput werd een tweede cilindervormige bak gemetseld in de vorm van een ring waarin het regenwater werd opgevangen en vervolgens door kiezelstenen en grind werd gezuiverd. Door open gelaten voegen in het metselwerk kwam het water dan in de binnenste bak terecht.
De diepte van de put bedraagt zes meter en heeft een inhoud van 250 kubieke meter. Onder de put bevindt zich een kelder van 28 meter. Het hele bouwwerkje is een uniek staaltje van middeleeuws vernuft.

Via een pad langs een haag (zie foto boven) kwamen we dan bij een kerk, die hier in Veere “de grote kerk” wordt genoemd. En ze heeft alvast haar bijnaam niet gestolen. Want groot is deze kerk zeer zeker. In tegenstelling tot wat we een maand tevoren zagen in Sint-Anna ter Muiden, staat deze kruisbasiliek van Veere er nog helemaal. Maar ook deze kerk heeft de tand des tijds niet ongeschonden doorstaan.

In 1332 begon men met de bouw van een ruime parochiekerk met drie beuken voor Veere. Rond 1405 maakt men plannen voor een nog grotere kerk. Deze nieuwe kerk werd tegen de oude kerk aangebouwd. In de jaren die daar op volgden heeft men de kerk in Brabantse gotiek verder verfraaid. Het moet een waar pronkstuk zijn geweest. Er stonden maar liefst 23 altaren in de kerk.
In 1572, tijdens de 80-jarige oorlog, koos Veere de zijde van Willem van Oranje en ging de kerk over in protestantse handen. In 1686 brandde het gebouw helemaal uit en in 1809 werd de kerk alweer beschadigd toen de Engelsen vanop zee de stad Veere bombardeerden. In 1811 eiste Napoleon het gebouw op om er een militair hospitaal in te vestigen. Alle ramen van de kerk werden dicht gemetseld en voorzien van kazerneachtige raampjes, die zich nu nog steeds in het gebouw bevinden. In de elf maanden dat de Fransen de kerk als hospitaal gebruikten lieten er 704 soldaten het leven.
Na de Franse bezetting werd de kerk nog een tijd gebruikt als opvanghuis voor bedelaars en landlopers. In 1832 werd het verkocht aan het Nederlandse Departement van Oorlog. De klokkentoren werd afgebroken en de klok verkocht. Pas in 1866 kwam het gebouw terug in handen van de gemeente.

Het heeft uiteindelijk geduurd tot in de jaren zeventig van vorige eeuw voordat deze kerk nog eens grondig werd gerestaureerd. Later werd dat nog een aantal keren gedaan, maar helaas niet altijd zoals het hoort. De oorspronkelijke ramen zijn vervangen door pvc-ramen, wat toch niet zo goed past in een historisch gebouw. Toen mijn vriend, die historicus is en gespecialiseerd in religieus erfgoed, zag wat men met het portaal van de kerk had aangevangen, deed het pijn aan zijn historisch hart.

Een gedeelte van de kerk, wat ze in Veere nu de “kleine kerk” noemen, is een gereformeerde kerk die nog steeds in gebruik is. We hielden onze adem in toen we naar binnen gingen. Maar gelukkig bleek de kerk binnenin wel erg mooi en met het nodige respect gerestaureerd.
Ons viel ook op hoezeer protestantse kerken verschillen van katholieke kerken. Hier zijn de stoelen bijvoorbeeld allemaal gericht naar de preekstoel, aangezien protestantse kerken doorgaans geen koor en altaar hebben. Ik vond dit eigenlijk wel leuker.

Toen we de kerk uit waren trokken we verder het stadje in, op zoek naar een plaatsje op één van de vele gezellige terrasjes hier.
De dorstigen laven is immers een werk van barmhartigheid.

Wordt vervolgd


Geraadpleegde bronnen :
“Veere, de eens zo machtige koopstad aan het Veerse Gat” door J.H. Midavaine
Wikipedia
VVV Zeeland