Tournai. (3/4)

Mijn vriend en ik waren in Doornik. Nadat we even hadden verpoosd op de Grote Markt begaven we ons naar de befaamde Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. De vijf torens van de kathedraal kan je al van ver zien wanneer je met de wagen de stad nadert. Maar ze verstoppen zich achter de gevel van het voorportaal wanneer je op het plein voor de kathedraal staat.

DSC_0041 (2)

Het portiek bij de ingang aan de westgevel is opgesmukt met een indrukwekkend reliëf, gebeeldhouwd in Doornikse kalksteen en dateert van omstreeks 1500.

DSC_0045

De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Doornik is een parel van middeleeuwse architectuur en werd gebouwd in de 12de en 13de eeuw. De kathedraal is een imposant bouwwerk door haar indrukwekkende afmetingen en door de vijf klokkentorens (uniek in de wereld) van elk exact 83 meter hoog, die de hele skyline van de stad domineren. De architectuur was voor die tijd heel erg gedurfd en baanbrekend.
Het eerste wat je ziet, als je binnen komt, is een maquette van de kathedraal.

DSC_0046

Maar het bouwwerk bleek helaas niet zo goed bestand tegen de tand des tijds. Sinds geruime tijd heeft de kathedraal te kampen met stabiliteitsproblemen. De kathedraal zou ook zijn gebouwd op een te klein rotsachtig platform. Reeds sedert 2003 zijn binnenin de kerk grote stabilisatie- en restauratiewerken aan de gang. De werken zullen ten vroegste in 2025 voltooid zijn. De dwarsbeuk en het gotische koor staan nog steeds in de steigers en zijn niet toegankelijk.
Inmiddels kan je het romaanse gedeelte wél al in al zijn vroegere glorie bewonderen.

DSC_0053

DSC_0054

Het koordoksaal in renaissancestijl is een meesterwerk van Cornelis Floris de Vriendt en wordt op zich ook als werelderfgoed beschouwd.

DSC_0050

Onder de kathedraal bevinden zich funderingen die dateren uit de 3de en 4de eeuw, wat bewijst dat Doornik één van de oudste steden is van dit land. Bij werkzaamheden hebben archeologen verborgen kerkschatten in de ondergrond ontdekt. Er is aan de linkerkant een enorme put uitgegraven, die de eeuwenoude muren van een nog vroegere kerk bloot leggen. De archeologische opgravingen worden afgeschermd door een glazen wand, waardoor je niet echt dichtbij kan komen en waardoor je er ook moeilijk een foto van kan nemen.

Dat kon evenmin in de zogenaamde schatkamer, achteraan de kerk. De schatkamer bevindt zich achter een gesloten deur. Men moet eerst aanbellen en daarna een toegangsticket van 2 euro betalen om er binnen te mogen. Maar het loont wel de moeite. In de vijf verschillende kamers worden onschatbare religieuze voorwerpen bewaard, zoals reliekschrijnen uit de 12de en 13de eeuw, tal van voorwerpen in goudsmeedwerk, gewaden, manuscripten en schilderijen., ivoren kunstwerken, zilverwerk, en een wandtapijt van Arras uit de veertiende eeuw. Ook de mantel die werd gedragen door Karel V en een kazuifel die ooit toebehoorde aan Thomas Becket zijn er te bezichtigen.
Hoewel fotograferen er verboden was, maakte ik toch stiekem onderstaande foto, met op de achtergrond het befaamde wandtapijt.

DSC_0055

Mijn vriend, die historicus is en zich heeft gespecialiseerd in religieuze middeleeuwse kunst, vond het uitermate interessant. Er was enige overredingskracht nodig om hem terug naar buiten te krijgen.
Toen we uiteindelijk de kathedraal verlieten langs de oostkant maakte ik nog deze foto van de kathedraal.

DSC_0066 (2)

(wordt vervolgd)

Baaigem.

Nadat mijn goede vriend en ik het kasteeldomein Borgwal hadden bezocht, in het Scheldedorp Vurste (deelgemeente van Gavere), reden wij langs landelijke, kromme wegen naar een ander dorpje : Baaigem. Voor het erfgoedbestand van de Erfgoedcel Leie en Schelde wilden wij daar de dorpskerk eens naderbij gaan bekijken.

DSC_0054

We kwamen langs de witte Prinsenmolen van Baaigem, die zich wat heeft verstopt achter enkele huizen en een boerderij.
De eerste molen die op deze plek stond werd in 1551 gebouwd en was eigendom van de graaf van Egmont, prins van Gavere. Vandaar de naam Prinsenmolen.
Maar die molen werd reeds omstreeks 1580 volledig vernield door beeldenstormers. In 1639 werd een nieuwe molen opgetrokken, die maalvaardig bleef tot in de jaren ’50. Door zware stormen in 1959 en 1972 werd de molen zwaar beschadigd. In 1975 werd hij door de nieuwe eigenaar gerestaureerd en sinds 2017 is de molen omgevormd tot woonhuis en thans overweegt men om opnieuw een gevlucht (= een wiekenkruis) op de molen te plaatsen.

DSC_0055

Van de Prinsenmolen reden we naar de kleine dorpskern van Baaigem, waar de Sint-Bavokerk staat. Het is één van de oudste kerken van ons land. Althans een deel ervan. In een brief van de abt van de Sint-Baafsabdij van Gent uit het jaar 1020, werd deze Sint-Bavokerk reeds vermeld. Maar oorspronkelijk was de kerk, gebouwd in romaanse stijl, piepklein. In de 13e eeuw kreeg het schip nog een verlenging van ongeveer 6 meter en een nieuwe vroeggotische westgevel.
Omdat het kerkje echt te klein was bouwde men in 1911 rondom de bestaande kerk een nieuwe kerk in neogotische stijl. Men liet de oude en de nieuwe kerk als het ware samensmelten, wat vrij uniek was.

DSC_0048

Mijn vriend, die minder mobiel is, maakte op z’n dooie gemak een toertje rondom de kerk om alles grondig te bekijken, terwijl ik foto’s nam van de kerk en de pastorij op de achtergrond.

DSC_0046

DSC_0043

DSC_0045

Helaas was de kerk gesloten. Voor foto’s van het interieur van de kerk zullen we dus op een andere keer moeten terug gaan.
Langs de oevers van de Schelde reden we dan maar terug huiswaarts.

DSC_0061

DSC_0060

Taak volbracht.

Baasrode-Dendermonde 114Op 24 juli 1663 trok begijn Anna Puttemans de deur van haar huisje in het begijnhof van Dendermonde achter zich dicht om er nooit meer terug te keren. Ze verhuisde naar een andere plek in Dendermonde, samen met nog vijf andere vrouwen. Daar vormden ze een nieuwe gemeenschap, die in armoede leefde en streefde naar een christelijke volmaaktheid. In Dendermonde noemden men hen spottend de “marollekens”.
Op vraag van het bisdom van Gent verhuisden ze daarna naar de wijk “Ekkergem” in Gent, waar ze een nieuwe kloostergemeenschap stichtten. De naam “marollekens” werd officiëel “Zusters Maricolen”.
Vanaf 1798 namen de zusters de zorg op zich van het Gentse weeshuis. Genoemd naar de klederdracht van de weesmeisjes, waren de “Rode lijvekens en de Blauwe meisjes” een begrip in Gent. Vanaf dan zouden de Maricolen zich wijden aan de katholieke opvoeding van de jeugd. 

In 1864 werden ze echter door het liberale Gentse stadsbestuur uit de instellingen verdreven. Toen vestigden de Maricolen zich in het oud Blasiusklooster aan de Kaaistraat in Deinze. Van daaruit groeide de religieuze gemeenschap uit tot een volwaardige congregatie die zich toelegde op de opvoeding van de jeugd en de zorg voor ouderen en wezen. Ze bouwden in verscheidene gemeenten van de Leie- en Denderstreek scholen en rustoorden. Gedurende tweehonderd jaar hebben de Zusters Maricolen in Vlaanderen hun stempel gedrukt op het onderwijs en de zorg voor ouderen.

st.blasius 1925

Vandaag is er nog één zuster van de Maricolen in leven. Zij is hoog bejaard, verblijft in een woonzorgcentrum en leidt aan dimensie. Na haar zal de congregatie van de Maricolen voorgoed verdwijnen. De zusters hebben hun taak volbracht.

ScanVanaf morgen loopt in het Museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel) een thema-tentoonstelling onder de titel Deo Gratias, het einde van een tijdperk. Daarin wordt een unieke blik geboden op het leven van alledag van de zusters, dat zich voor een groot deel achter gesloten deuren afspeelde. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de rijke geschiedenis van de congregatie en de sociale rol die ze hebben gespeeld.
Aan de hand van authentieke foto’s, geschriften, kloostervoorwerpen en persoonlijke bezittingen van de zusters wordt een belangrijk stuk religieus erfgoed uit de regio opnieuw tot leven geroepen.

Het boek
Naar aanleiding van de tentoonstelling verschijnt onder dezelfde titel ook een lijvig en fraai geïllustreerd boek, dat de historiek brengt van de Zusters Maricolen vanaf de stichting in 1663 tot het einde van de congregatie in 2018. Het is een document over 350 jaar religieuze en sociale geschiedenis.

Zelf heb ik een, weliswaar bescheiden, bijdrage aan dit boek kunnen leveren toen ik in het voorjaar van 2018, in opdracht van de erfgoedcel Leie & Schelde, foto’s ben gaan nemen in de oude Blasiuskapel in Deinze. Een aantal van deze foto’s zijn in het boek opgenomen.

boek

  • Het boek is uitgegeven door de Werkgroep Maricolen 1663-2018.
  • De tentoonstelling in het museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel) loopt vanaf 16 februari tot 28 april 2019.

Bronnen :
Museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel)
Werkgroep Maricolen 1663-2018
Pols – Erfgoedcel Leie Schelde
Erfgoedinzicht.be

Down memory lane. (1/2)

Mijn goede vriend en collega verloor vorig jaar, net voor kerstmis, zijn vader die plots aan een longontsteking op 69-jarige leeftijd overleed. Hierdoor mist mijn vriend, die een fysieke handicap heeft, nu zijn steun en toeverlaat. Hij maakt momenteel een moeilijke periode door.
Vorige zondag maakte ik samen met hem een rondrit door zijn geboortestreek, langs plaatsen waar hij opgroeide en die bij hem veel herinneringen aan zijn vader oproepen. Voor mijn vriend was het een emotionele trip, down memory lane, maar het heeft hem deugd gedaan. En mij ook.

We reden ten zuiden van Gent langs kleine dorpen en pittoreske gemeenten, zoals Dikkelvenne (een deelgemeente van Gavere).

dsc_0001

Daar hielden we halt aan het Christiana-park, waar in de vroege middeleeuwen een abdij stond en later tot 1824 een kerk. Nu staat er enkel nog een kleine kapel uit 1895.

dsc_0011

Er is in het park een natuurlijke waterbron, die de heilige Christiana zou hebben laten ontspringen. Aan een kleine fontein kan men water putten uit deze bron. Het fonteintje bevat een beeld van de heilige Christiana.

dsc_0003

“Mogen wij daarvan drinken leider ? ”  Het legendarisch filmpje met Urbanus, over de mannen die de gas doen branden, werd aan deze fontein opgenomen.

Wat later reden we door de smalle straatjes van het dorp Semmerzake…

dsc_0019

… voorbij de flink uit de kluiten gewassen St.Pietersbandenkerk van Semmerzake.

dsc_0016

Op het kerkplein hielden we even halt bij het kleine monument dat herinnert aan de bloedige slag bij Gavere die hier op 23 juli 1453 in de Scheldemeersen rondom de gemeente Semmerzake werd uitgevochten.

dsc_0017

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van hieruit reden we naar de Sint-Amandustoren in het dorp Eke. In de middeleeuwen stond op die plaats een volledige kerk, maar die werd in de 19e eeuw gesloopt. Alleen de kerktoren liet men staan. Deze toren vormt nu de toegang tot het kerkhof van Eke waar mijn vriend’s vader begraven ligt.

dsc_0022

dsc_0027

We verlieten hierna de dorpskernen en reden naar het platteland, dwars door deze mooie landelijke streek aan de Schelde. Daar waren nog meer plaatsen die voor mijn vriend een bijzondere betekenis hebben.

De Zwanenroute. (2/3)

Vorige week vrijdag volgde ik de Zwanenroute, een fietslus in en rondom de gemeente Olsene. Het was een zachte herfstdag. Er waaide een tamelijke bries, maar de donzige wolken waarachter de zon zo nu en dan wegdook, waren totaal onschuldig.
Ik had zonet de lange kasteeldreef achter mij gelaten en reed nu gezwind langs akkers en kronkelige veldwegen (zie ook foto boven). Op de open vlakten bood dat briesje wel wat tegenwerk. Zonder het motortje op mijn fiets was ik daar geen meter vooruit geraakt.

DSC_0020

De landelijke uitzichten rondom mij waren mooi. Ik had mooie foto’s kunnen nemen, ware het niet dat er overal van die idiote elektriciteitspalen in de weg stonden.

DSC_0021

Ik bevond  mij aan de rand van de gemeente Olsene in de D’Hoyestraat. Net voorbij een oude schuur kwam de weg uit op het jaagpad langs de Leie.

DSC_0022

Rechts liep het jaagpad naar Machelen-aan-de-Leie …

DSC_0023

… maar de Zwanenroute leidde me naar links. Toen ik bij de brug over de Leie kwam wezen de pijltjes rechtdoor. Dus fietste ik onder de brug door.

DSC_0025

Ik liet de brug achter mij en vervolgde verder mijn route langs het lange, kaarsrechte jaagpad.

DSC_0026

It’ a long way to Tipperary  … music-25705_960_720

DSC_0027

Het jaagpad was lang en recht, maar na enkele kilometer mocht ik uiteindelijk links afslaan. Een kronkelde baan leidde me omheen een hoge muur waarachter een begraafplaats lag verscholen.

DSC_0028

Olsene 024b

Zo kwam ik wat verder op de autobaan terecht die Olsene met enkele andere Leiedorpen verbindt. Hier moest ik rechtsaf, in de richting van het gemeentecentrum.

DSC_0033

Terwijl ik verder reed kwamen achter mij enkele wolken stoer opzetten. Maar daar bleef het bij. Er viel geen spatje regen.

DSC_0035

Morgen fietsen we verder.

De Zwanenroute. (1/3)

Op vrijdag 2 november moest Vrouwtjelief werken, terwijl er bij ons in het museum een brugdag was ingelast waardoor ikzelf die dag weinig om handen had. In plaats van alleen thuis te zitten kniezen, stapte ik op de fiets voor een tochtje door onze mooie Leiestreek. De herfstzon scheen vrolijk, maar er stond een stevige bries, toen ik in de richting van de gemeente Olsene (deelgemeente van Zulte) fietste.
Net over de spoorweg vond ik aansluiting op de Zwanenroute. Zo heet de fietslus die de gemeente Olsene doorkruist. Niet dat ik onderweg zwanen heb gezien. Wapen-Olsene-oudDe naam van de route verwijst wellicht naar het zwaantje dat in het midden van het wapenschild van de gemeente prijkt. De route is helemaal bewegwijzerd, men hoeft alleen maar de bordjes te volgen. Soms kan het leven eenvoudig zijn.
Dus volgde ik de weg die het pijltje op het bord had aangegeven en die me langs een smalle gracht en hoogspanningsmasten leidde.

DSC_0002

De route bracht me meteen in de buurt van het kasteel van Olsene. Dat kasteel lag verscholen achter de bomen aan mijn linkerkant en was van hieruit niet te zien.

DSC_0003

De weg kwam uit op de drukke rijbaan van Gent naar Kortrijk, die ik meteen overstak. Wat verder naar links, recht tegenover de ingang van het kasteel, was een canvas op een aluminium frame gespannen waarop een foto was geprint van het kasteel, zoals het erbij lag tijdens de Eerste Wereldoorlog. Naar aanleiding van de herdenking aan de oorlog, werden door de heemkundige kringen in zowat de hele Leiestreek dergelijke uitvergrote foto’s geplaatst.

DSC_0005

DSC_0008

Hier kon ik de drukke rijweg verlaten en de mooie, lange kasteeldreef inrijden. Het was leuk fietsen hier, maar op dit hobbelig parcours was het evenwicht op de fiets bewaren niet evident.

DSC_0006

Op de koop toe liepen er ook nog enkele sportieve dames in de weg …

DSC_0009

Ik sakkerde binnensmonds toen ik de sportieve dames voorbij stak, maar werd daar meteen voor gestraft. Want plots hield de dreef op te bestaan. Ik kwam op een open pleintje bij een Mariagrot terecht. Dit is wat ze in het plaatselijk dialect “Olsen Rotse” noemen.

DSC_0013

Moeder Maria gebood me van de fiets te stappen en ik kreeg een standje. Pas nadat ik Haar op mijn communiezieltje had beloofd om nooit meer te zullen sakkeren op in de weg lopende, sportieve dames, mocht ik verder fietsen. 😦
Aan de overkant liep de dreef gewoon door, geflankeerd door een hoge haag die het zicht op een privaat domein afschermde.

DSC_0016

De kasteeldreef is achthonderd meter lang, maar uiteindelijk kwam het einde ervan in zicht.

DSC_0017

Morgen fietsen we nog een eind verder langs de Zwanenroute.

November.

Voor veel mensen is november de maand waarin de doden worden herdacht, alsook de gruwelijke slachtpartijen uit de Eerste en tweede Wereldoorlog.
In de volksweerkunde wordt de maand november ook omschreven als de slachtmaand, de bloedmaand of de nevelmaand. 

In de middeleeuwen hadden de boeren het recht om in november hun varkens in het bos de eikels en beukennootjes te laten opeten. Men noemde dat het “akeren”. Normaal was alles wat in het bos groeide eigendom van de kasteelheer maar het was een traditie dat de boeren hun varkens het woud mochten insturen voor de eikeloogst.
Dit thema werd dikwijls afgebeeld in middeleeuwse miniaturen en glasramen.
Een dergelijke afbeelding is te zien in “Les Très Riches Heures du duc de Berry”  (“De zeer rijke uren van de hertog van Berry”). Dit is een rijk geïllustreerd getijdenboek, dat werd vervaardigd rond 1410 in opdracht van hertog Jan van Berry. Het boek wordt aanzien als één van de mooiste middeleeuwse manuscripten uit Frankrijk. Het wordt bewaard in het kasteel van Chantilly, ten noorden van Parijs.
Getijdenboeken waren gebedenboeken voor leken, geënt op het door monniken gebruikte brevier. De gebeden die erin stonden werden op vaste tijden van de dag uitgesproken en werden daarom getijden genoemd.
In dit getijdenboek staat een zwijnenhoeder centraal in de illustratie bij de maand november. Hij gooit een tak in de bomen, zodat de eikels omlaag vallen. Zijn hond houdt toezicht op het tafereel. Op de achtergrond zijn andere boeren in het bos te zien, die eveneens hun varkens hoeden.

800px-Les_Très_Riches_Heures_du_duc_de_Berry_novembre

Bron : Wikipedia