De Ottonen.(2/2)

Mijn vriend en ik bezochten het dorp Ename dat destijds op de grens lag van het vroeg-middeleeuws Ottoonse (Duitse) Rijk.

Door het Verdrag van Verdun in 843 werd de politieke kaart herschikt en werd het grote eenheidsrijk van Karel de Grote opgesplitst in drie delen, waardoor aan de Schelde het Franse en het Duitse Rijk pal naast elkaar kwamen te liggen.
Om de westgrenzen van zijn rijk te beschermen, richtte de Duitse keizer Otto II (973-983) drie belangrijke versterkingen op langs de rechteroever van de Schelde. Samen met Antwerpen en Valenciennes, werd Ename in 974 uitgeroepen als hoofdplaats van een nieuw graafschap, ter verdediging van de rijksgrens in een strategisch gelegen grensgebied.

De Sint-Laurentiuskerk van Ename is één van de zeldzaam overgebleven Ottoonse kerken in ons land en verschilt in menig opzicht van Rooms katholieke kerken. Het was mijn vriend die me op de verschillen wees.
Zo was er vooraan in de kerk een erg sober koor gevestigd, waar de priester de mis opdroeg.

Maar anders dan in andere kerken, bevindt er zich achteraan in de kerk nog een tweede koor, dat ooit bestemd was voor de Ottoonse Keizer (al is die waarschijnlijk in eigen persoon nooit in de kerk geweest). Boven het tweede koor is er een balkon of een soort tribune, die voorbehouden was aan de familie van de keizer.

Wat echter het meest opvalt in dit kerkje zijn de eeuwenoude muurschilderingen. In 1990 werd het ware karakter van de Sint-Laurentiuskerk ontdekt, toen het gebouw in detail werd onderzocht wegens stabiliteitsproblemen aan de toren. Achter het orgel kwam een beschilderd boogveld tevoorschijn en onderzoek toonde aan dat deze muurschilderingen tot de oudste fresco’s van de Benelux behoren.

De Ottoonse kerken sloten nauw aan bij de Byzantijnse kerken uit het oosten. De Byzantijnse kerk kent het gebruik van een preekstoel niet en dus ook in deze kerk stond aanvankelijk geen preekstoel. Maar zevenhonderd jaar later hadden de plaatselijke katholieke overheden dat zo niet begrepen en werd er alsnog een preekstoel in barok-stijl in de kerk geplaatst. Na de ontdekkingen die men in 1990 deed, besefte men dat de barokke preekstoel vloekte met de stijl van het kerkje. Men wou het zeldzame Ottoonse karakter van deze kerk absoluut behouden en men vond er niets beter op dan de preekstoel naar een achterportaal te verhuizen en letterlijk bij de achterdeur te zetten.

In 1033 werd staken de troepen van Boudewijn IV, graaf van Vlaanderen, de Schelde over om het Ottoonse rijk aan te vallen. In 1047 nam zijn zoon Boudewijn V definitief bezit van Ename.
Zijn vrouw stichtte er een benedictijnenabdij, gebouwd bovenop de overblijfselen van de vroegere grensstad. De archeologische site van deze abdij is nog steeds te bezoeken.

Maar wij lieten de Ottonen en hun keizers achter ons en we reden van Ename naar enkele andere dorpen aan de rand van de Vlaamse Ardennen om aldaar nog enkele eeuwenoude kerken te gaan bekijken. Maar daarover heb ik het nog in een volgend logje.

De Ottoonse keizers Otto I en Otto II en hun gemalin

Geraadpleegde bron : Provinciaal Archeologisch Museum Ename

De Ottonen.(1/2)

Meer dan duizend jaar geleden was er reeds sprake van een Duitse Rijk dat geschiedkundig omschreven wordt als het “Ottoonse Rijk(niet te verwarren met het Ottomaanse Rijk). De Ottonen worden ook wel de Ludolfingers genoemd.
Het was een Saksich hertogelijk geslacht dat uitgroeide tot een dynastie die meer dan een eeuw lang regeerde over het Duitse Rijk, van het jaar 919 tot 1024.
Otto I, Otto II en Otto III lieten zich tot keizer van het “Heilige Roomse Rijk” kronen.

Stamboom van de Ottoonse dynastie


Op de grens van het toenmalig Duitse Rijk met het Frankische Rijk lag in de mooie Zwalmstreek het dorp Ename. Het dorp zat geprangd tussen twee rivaliserende vroeg-middeleeuwse grootmachten en was omstreeks het jaar 1000 een belangrijke strategische plaats. Op het dorpsplein van Ename staat nog steeds een grenspaal en een Ottoons kruis dat daaraan herinneren.

In datzelfde dorp hebben de Ottonen nog een andere merkwaardige erfenis nagelaten. De Sint-Laurentiuskerk van Ename is namelijk de enig nog resterende “Ottoonse kerk” in Vlaanderen.

De kerk werd gebouwd in de 10e eeuw en is één van de oudste kerkjes in Vlaanderen. De bouwstijl is pre-romaans, maar het is pas binnen in het gebouw dat de Ottoonse oorsprong van dit kerkje duidelijk wordt.

Een leek, zoals ik, merkt op het eerste zicht weinig verschil met andere kerken. Maar dit kerkje bevat enkele historisch waardevolle elementen. Het was mijn vriend, met wie ik de kerk onlangs bezocht en die geschiedkundige is, die me op enkele opmerkelijke details wees.

(wordt vervolgd)

Tournai. (3/4)

Mijn vriend en ik waren in Doornik. Nadat we even hadden verpoosd op de Grote Markt begaven we ons naar de befaamde Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. De vijf torens van de kathedraal kan je al van ver zien wanneer je met de wagen de stad nadert. Maar ze verstoppen zich achter de gevel van het voorportaal wanneer je op het plein voor de kathedraal staat.

DSC_0041 (2)

Het portiek bij de ingang aan de westgevel is opgesmukt met een indrukwekkend reliëf, gebeeldhouwd in Doornikse kalksteen en dateert van omstreeks 1500.

DSC_0045

De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Doornik is een parel van middeleeuwse architectuur en werd gebouwd in de 12de en 13de eeuw. De kathedraal is een imposant bouwwerk door haar indrukwekkende afmetingen en door de vijf klokkentorens (uniek in de wereld) van elk exact 83 meter hoog, die de hele skyline van de stad domineren. De architectuur was voor die tijd heel erg gedurfd en baanbrekend.
Het eerste wat je ziet, als je binnen komt, is een maquette van de kathedraal.

DSC_0046

Maar het bouwwerk bleek helaas niet zo goed bestand tegen de tand des tijds. Sinds geruime tijd heeft de kathedraal te kampen met stabiliteitsproblemen. De kathedraal zou ook zijn gebouwd op een te klein rotsachtig platform. Reeds sedert 2003 zijn binnenin de kerk grote stabilisatie- en restauratiewerken aan de gang. De werken zullen ten vroegste in 2025 voltooid zijn. De dwarsbeuk en het gotische koor staan nog steeds in de steigers en zijn niet toegankelijk.
Inmiddels kan je het romaanse gedeelte wél al in al zijn vroegere glorie bewonderen.

DSC_0053

DSC_0054

Het koordoksaal in renaissancestijl is een meesterwerk van Cornelis Floris de Vriendt en wordt op zich ook als werelderfgoed beschouwd.

DSC_0050

Onder de kathedraal bevinden zich funderingen die dateren uit de 3de en 4de eeuw, wat bewijst dat Doornik één van de oudste steden is van dit land. Bij werkzaamheden hebben archeologen verborgen kerkschatten in de ondergrond ontdekt. Er is aan de linkerkant een enorme put uitgegraven, die de eeuwenoude muren van een nog vroegere kerk bloot leggen. De archeologische opgravingen worden afgeschermd door een glazen wand, waardoor je niet echt dichtbij kan komen en waardoor je er ook moeilijk een foto van kan nemen.

Dat kon evenmin in de zogenaamde schatkamer, achteraan de kerk. De schatkamer bevindt zich achter een gesloten deur. Men moet eerst aanbellen en daarna een toegangsticket van 2 euro betalen om er binnen te mogen. Maar het loont wel de moeite. In de vijf verschillende kamers worden onschatbare religieuze voorwerpen bewaard, zoals reliekschrijnen uit de 12de en 13de eeuw, tal van voorwerpen in goudsmeedwerk, gewaden, manuscripten en schilderijen., ivoren kunstwerken, zilverwerk, en een wandtapijt van Arras uit de veertiende eeuw. Ook de mantel die werd gedragen door Karel V en een kazuifel die ooit toebehoorde aan Thomas Becket zijn er te bezichtigen.
Hoewel fotograferen er verboden was, maakte ik toch stiekem onderstaande foto, met op de achtergrond het befaamde wandtapijt.

DSC_0055

Mijn vriend, die historicus is en zich heeft gespecialiseerd in religieuze middeleeuwse kunst, vond het uitermate interessant. Er was enige overredingskracht nodig om hem terug naar buiten te krijgen.
Toen we uiteindelijk de kathedraal verlieten langs de oostkant maakte ik nog deze foto van de kathedraal.

DSC_0066 (2)

(wordt vervolgd)

Baaigem.

Nadat mijn goede vriend en ik het kasteeldomein Borgwal hadden bezocht, in het Scheldedorp Vurste (deelgemeente van Gavere), reden wij langs landelijke, kromme wegen naar een ander dorpje : Baaigem. Voor het erfgoedbestand van de Erfgoedcel Leie en Schelde wilden wij daar de dorpskerk eens naderbij gaan bekijken.

DSC_0054

We kwamen langs de witte Prinsenmolen van Baaigem, die zich wat heeft verstopt achter enkele huizen en een boerderij.
De eerste molen die op deze plek stond werd in 1551 gebouwd en was eigendom van de graaf van Egmont, prins van Gavere. Vandaar de naam Prinsenmolen.
Maar die molen werd reeds omstreeks 1580 volledig vernield door beeldenstormers. In 1639 werd een nieuwe molen opgetrokken, die maalvaardig bleef tot in de jaren ’50. Door zware stormen in 1959 en 1972 werd de molen zwaar beschadigd. In 1975 werd hij door de nieuwe eigenaar gerestaureerd en sinds 2017 is de molen omgevormd tot woonhuis en thans overweegt men om opnieuw een gevlucht (= een wiekenkruis) op de molen te plaatsen.

DSC_0055

Van de Prinsenmolen reden we naar de kleine dorpskern van Baaigem, waar de Sint-Bavokerk staat. Het is één van de oudste kerken van ons land. Althans een deel ervan. In een brief van de abt van de Sint-Baafsabdij van Gent uit het jaar 1020, werd deze Sint-Bavokerk reeds vermeld. Maar oorspronkelijk was de kerk, gebouwd in romaanse stijl, piepklein. In de 13e eeuw kreeg het schip nog een verlenging van ongeveer 6 meter en een nieuwe vroeggotische westgevel.
Omdat het kerkje echt te klein was bouwde men in 1911 rondom de bestaande kerk een nieuwe kerk in neogotische stijl. Men liet de oude en de nieuwe kerk als het ware samensmelten, wat vrij uniek was.

DSC_0048

Mijn vriend, die minder mobiel is, maakte op z’n dooie gemak een toertje rondom de kerk om alles grondig te bekijken, terwijl ik foto’s nam van de kerk en de pastorij op de achtergrond.

DSC_0046

DSC_0043

DSC_0045

Helaas was de kerk gesloten. Voor foto’s van het interieur van de kerk zullen we dus op een andere keer moeten terug gaan.
Langs de oevers van de Schelde reden we dan maar terug huiswaarts.

DSC_0061

DSC_0060

Een wandeling in Meigem.

Vanaf de kerk, door de dorpskern, langs landelijke wegen en uitgestrekte fruitboomgaarden, voorbij de befaamde pottenbakkerij, door velden en dreven, wandelde ik in Meigem tot aan het Schipdonkkanaal.

Meigem (nabij Deinze) wordt in de geschiedenisboeken vermeld omwille van de gruwelijke oorlogsfeiten die er plaats vonden in 1940. Maar Meigem is ook bekend omwille van z’n Heilige Bloedprocessie (een zuster-evenement van de Heilige Bloedprocessie in Brugge) die komende zondag voor de 74 ste keer uitgaat.

DSC_0002

DSC_0020

Toen Meigem in 1724 in het bezit kwam van een relikwie van de bebloede geselkolom van Christus, werd het dorp een bedevaartsoord. Eerst was er een ommegang, maar de eigenlijke Heilig Bloedprocessie ontstond pas in 1945. Ruim 550 vertolkers geven ieder jaar gestalte aan dit gebeuren.

Een andere troef van het dorp is de fruitteelt. In de omgeving van Meigem zijn heel wat fruitkwekers gevestigd. Appels en peren worden er op grote schaal geplukt, maar ook aardbeien en kersen. De kersenoogst is dit jaar bijzonder goed geslaagd. De kersen van Meigem zijn zeer talrijk en super lekker.

 

cherry-35288_960_720

Beeldengroep.

Tegen de westelijke achterwand van de Sint-Usmaruskerk in Binche staat een merkwaardige beeldengroep. Het betreft een gepolychromeerde graflegging met vijf figuren in kalksteen uit Avesnes (Frankrijk), daterend van eind 15de eeuw.
De middeleeuwse beelden zijn gedeeltelijk verminkt, maar toch maakt de uitzonderlijke kwaliteit er een meesterwerk van.
Maria en Maria-Magdalena treuren bij het lichaam van Christus, terwijl apostel Johannes Maria troostend ondersteund. Naast hen staan een engel en een onherkenbare apostel.